Deze week op het wad: Zeegras

Vlakbij de Boschplaat op Terschelling, aan de voet van de dijk, staat de Wierschuur. Hier werd op het wad ´Wier´ of zeegras gewonnen dat bij de buitendijkse schuur werd gedroogd voor gebruik. Nu is zeegras een zeldzaam verschijnsel in de Waddenzee. In de Deense Waddenzee dragen watervogels bij aan het herstel en de uitbreiding van het areaal aan zeegras.

 

Deze week in WadWeten een artikel van Romke Kats:
Zeegrasgrazers

Hoe het zeegras verdween

Ooit waren er uitgestrekte zeegrasvelden in de Waddenzee en de Zuiderzee. Eind 19e eeuw waren heel wat Wieringers actief als 'wiermaaier'. Het wier werd onder andere gebruikt als matrasvulling en isolatiemateriaal. De bloeitijd van het zeegras kwam ruw ten einde in de dertiger jaren van de vorige eeuw. De Wieringermeer was drooggevallen, de Zuiderzee werd afgesloten met de Afsluitdijk. Stromingen veranderden, wiervelden verzandden, de waterkwaliteit ging achteruit. Een virusziekte in het wier bracht de genadeslag. Op www.pagowirense.nl, een site over de historie van Wieringen is een 'ooggetuigeverslag' van de verdwijning van het wier te lezen. Lees meer...

De laatste wierdijk

Zeegras werd in de Middeleeuwen gebruikt in dijken. Op Wieringen is nog een originele wierdijk behouden. Het gedroogde zeegras (wier genoemd) vormde onder druk een harde massa. Aan de zeekant werd het bijeengehouden door palen, aan de landkant door een aarden wal. Toch waren deze dijken kwetsbaar en geleidelijk werden ze door dijken met een steentalud vervangen. Met de komst van de paalworm in de 17e eeuw werden alle wierdijken vervangen. Behalve de dijk aan de luwe zuidkant van Wieringen. Deze kreeg een extra laag aarde en een steentalud en deed dienst tot de inpoldering van de Wieringermeer.
“De laatste wildernis van Nederland”