Blog van Arjan Berkhuysen

Afkijken van de natuur

donderdag 2 oktober 2014
Blog van Arjan Berkhuysen

?

Dat je van de natuur kunt leren als je vliegtuigen bouwt, dat wist ik. En dat klittenband gewoon gekopieerd is uit de natuur, dat wist ik ook. Maar dat je van de natuur ook kunt leren voor je organisatie, daar had ik nog niet aan gedacht.
Ik zat naast iemand van Staatsbosbeheer bij een workshop over biomimicry, tijdens het duurzaamheidsforum Springtij. Biomimicry is een nieuw modewoord voor ‘leren uit de natuur’. Dat doen we natuurlijk al eeuwen, maar soms moet iets een nieuwe naam krijgen om het weer even de aandacht te geven die het verdient. Tijdens de workshop werden we gevraagd om drie vragen te beantwoorden:  bedenk een probleem in je organisatie, formuleer dat als een werkwoord dat je in de natuur terug kan zien, en bekijk dan hoe dat werkt.


Toevallig hadden de noordelijke natuurorganisaties drie dagen daarvoor bij elkaar gezeten om te bespreken hoe hun samenwerking nog beter kan. Voor verre buitenstaanders zijn de natuurorganisaties allemaal één pot nat, maar als je nauwer kijkt zijn er nog heel wat verschillen. Samenwerking is daarbij niet vanzelfsprekend. Ik neem een voorbeeld: ergens wordt een kwelder hersteld. Een vogelbeschermer zou dan kunnen klagen, omdat de huidige broedvogels dan verzuipen. De terreinbeheerder is juist blij, omdat er heel veel bijzondere plantensoorten bij zullen komen. Een ander vindt dat er niet zo getuinierd moet worden in een natuurgebied. En zo kunnen we elkaar heel lang bezig houden met lange, theoretische en eindeloze discussies. En dat willen we niet, vandaar het gesprek over nog betere samenwerking.


Tijdens de workshop vroegen we ons dan ook af wat de oplossing in de natuur is wanneer er wordt samengewerkt in een situatie zonder baas. We dachten aan spreeuwen, die zo prachtig samen als één wolk heen en weer kunnen vliegen, zonder tegen elkaar aan te knallen. Hoe doen ze dat? We dachten aan ganzen, die in V-vorm vliegen waarbij de voorste steeds rouleert. Het schijnt dat degene die de route het beste kent, voorop vliegt. Hoe stemmen ze dergelijk roulerend voorzitterschap af? We dachten aan scholeksters die zich verspreiden over het wad voor het vinden van voedsel. Het schijnt dat de verscheidenheid in karakters er voor zorgt dat ze ruim verspreiden en dat de meest avontuurlijke karakters nodig zijn om te zorgen dat er nieuwe stekjes worden gevonden. Herkennen we een dergelijke verscheidenheid bij onze samenwerkende organisaties?
Ik vond het inspirerend. Ik zie een hele nieuwe taak opkomen voor natuurkenners – de wereld beter maken met hun kennis, voorbij de grenzen van een natuurgebied. Lijkt me leuk daarmee te experimenteren. Heeft u een organisatieprobleem? Welkom op het wad.



“Het is er zo stil. Laat dat vooral zo blijven!”