Blog van Arjan Berkhuysen

Zeehondendiscussie

donderdag 28 januari 2016
Blog van Arjan Berkhuysen

"Pap, ik heb een zeehond gered!" Ik schreef al eens eerder over het feit dat mijn zoontje met een vriendje een zieke zeehond had meegenomen van een plaat bij Terschelling. In een split-second moest ik reageren: positief of afwijzend. Positief omdat hij een dier had gered of negatief omdat de natuur natuur is en de populatie inmiddels sterk genoeg is. Ik koos voor het eerste. "Wat goed jongen!"  Een paar weken later hebben we het dier losgelaten bij Pieterburen. De kinderen vonden het geweldig. Het voelt gewoon goed om een dier te redden. Als er een vogel tegen de ruit vliegt bij ons thuis verwacht ik dat mijn zoontje net zo enthousiast reageert. Ik zou raar opkijken als hij mij koel aankijkt en zegt dat dit bij de natuur hoort en dat er nog veel meer vogels zijn. Dierenwelzijn getuigt van empathie en dat is een groot goed.

Vanuit natuur oogpunt hoeven de zeehonden bij de Wadden niet meer gered te worden. De populatie is groot genoeg om zichzelf intact te houden, anders dan zo'n veertig jaar geleden. Toen was een duw hard nodig en dat hebben mensen als Lenie 't Hart geweldig op de kaart gekregen. Tegenwoordig is het vanuit natuurlijk oogpunt nog wel interessant om bij opvang te onderzoeken waarom soms ineens zoveel zeehonden ziek zijn. Als er een menselijke oorzaak is, bijvoorbeeld door teveel chemische troep in het water, dan moeten we daar wat aan doen. En tegenwoordig is ook nog steeds de enorme aantrekkingskracht van de zeehonden waardevol. Het dier spreekt tot de verbeelding en is een prima ambassadeur voor waddennatuur. De zeehond kan laten zien dat natuurbescherming nodig is en dat is een groot goed.

De afgelopen vijftig jaar hebben laten zien dat mensen onmiskenbaar de neiging hebben om dergelijke aansprekende dieren te redden. Als er geen opvang is, kan je er donder op zeggen dat je ze in no time in badkuipen thuis zult vinden. Dat moet je niet willen. Daar is gewoon een goede organisatie voor nodig van mensen die weten wat ze moeten doen. Die weten wanneer je een huiler met rust moet laten als de moeder waarschijnlijk nog terug komt. Die weten dat je niet met z'n allen om zo'n diertje moet gaan staan, omdat je dan zeker weet dat de moeder niet meer terug durft te komen. Gewoon, die weten wat er moet gebeuren. Daarom ben ik voor een goede opvangorganisatie van zeehonden, met vooruitgeschoven posten op de eilanden. Een opvang die een en hetzelfde, terughoudende beleid uitvoert. In Trouw werd geschreven over 'het gevecht om de zielige zeehond'. Dierenwelzijn en natuurbescherming als twee concurrerende waarden.

Zo'n gevecht heeft nooit een winnaar. Ik zou zo graag zien dat clubs als Pieterburen, mensen als Hessel op Terschelling en natuurorganisaties samen werken aan een beleid dat toewerkt naar een rijke zee, met respect voor natuur waar dieren ook gewoon ziek worden en overlijden, met respect voor dieren die door menselijke oorzaken in de verdrukking zijn gekomen. En vooral ook een beleid dat de rest van Nederland daar enthousiast bij betrekt. Dat is een groot goed!

Foto: Herman Verheij