Voorpagina 
Onswerk

Kustverdediging

Dynamisch Kustbeheer Terschelling
DYNAMISCH KUSTBEHEER TERSCHELLING
Op Terschelling streeft Rijkswaterstaat er al lange tijd naar om de zeereep zoveel mogelijk aan de natuur over te laten, en alleen in te grijpen waar het echt nodig is. Sommige stukken zijn van oudsher ‘dynamisch’ beheerd.
Het kustbeheer is vooral veranderd tussen paal 15 en 20. Hier was het beheer tot halverwege de jaren '90 beduidend anders dan nu. In dit stuk werd de zeereep vanaf ongeveer 1960 gecontroleerd geretireerd. Dat wil zeggen dat er vegetatie aan de voorzijde machinaal werd weggehaald, zodat de zeereep door de wind naar achter kon rollen. Vanaf 1990 was retireren na het vastleggen van de basiskustlijn niet meer nodig en werd besloten de zeereep ‘landschappelijk’ in te passen. Dit is in 1995 begonnen. Er zijn toen acht kleine sleuven schuin over de zeereep gegraven in de richting westnoordwest - oostzuidoost, de richting van de meest krachtige voorkomende wind. Langs deze gegraven kerven zijn stuifschermen geplaatst.
De verwachting was dat de 'zanddijk' hierdoor zou veranderen in een in het landschap passende, stuivende zeereep. Vanuit die zeereep zou (kalkrijk) zand naar het achtergelegen gebied stuiven en daar zou de vegetatie van profiteren.
Anno 2006 worden er alleen nog maatregelen genomen om stuifoverlast te voorkomen. Dit is het geval bij de parkeerplaats, de strandovergangen, het fietspad, een geplagd veld én een verpacht weiland. De maatregelen zijn plaatselijk wel zo ingrijpend dat de landschappelijke inpassing weer gedeeltelijk teniet wordt gedaan.
Ontwikkelingen
Op het middendeel van het eiland groeit de kust zeewaarts. Alleen ten oosten van paal 26 slaat structureel kust af; de Boschplaat gaat hierdoor 50m per jaar achteruit. Belangrijkste reden daarvan is de geul 'Boschgat', die zich naar het westen verplaatst. De storm van november 2006 heeft hier voor grote veranderingen gezorgd.
Over het algemeen is de dynamiek toegenomen. De grootste veranderingen zijn te vinden in de zeereep tussen paal 1 en 4 en tussen 15 en 20. In het eerste kustdeel stuift het zand door tot achter de zeereep, waardoor je de zeereep al van verre als een grotendeels witte rug ziet liggen. Tussen paal 3 en 4 zijn twee grote kerven ontstaan. Het zand uit de kerven is in een hoge opstuivingswal aan de landzijde van de kerven afgezet. Daardoor is de kans op een zeedoorbraak klein, ook in de toekomst.
De maatregelen tussen paal 15 en 20 hebben geleid tot een geweldige dynamiek in het gebied en tot een drastische verandering van het landschap. Er zijn kuilen en kerven uitgeblazen waardoor de zeereep er niet langer uitziet als een zanddijk. Het zand waait tot een flinke afstand landinwaarts, tot maximaal ongeveer 300 meter. Er leek zich een loopduin uit de zeereep los te maken, maar vanwege de nabijheid van de badweg wordt deze nu vastgelegd.
Toekomst
Het is de verwachting dat de ontwikkelingen van de afgelopen jaren zich de komende jaren voortzetten. Op Terschelling is veel zandreserve aanwezig in de vooroever, op het strand en in de zeereep. Daar waar achteruitgang van de vooroever plaatsvindt, heeft dat ook de komende jaren nauwelijks invloed op het brede strand en de zeereep.
Hoewel het te begrijpen is vanuit andere belangen, is het uit oogpunt van natuurontwikkeling jammer dat er nu tussen km 15 en 20 plaatselijk stuifbeperkende maatregelen worden genomen. Bij een ongeremde ontwikkeling zouden hier loopduinen kunnen ontstaan, die zelfs los van de zeereep verder zouden kunnen migreren. De potenties voor een (in West-Europees perspectief) unieke landschapsontwikkeling zijn groot. Daarom is het aan te bevelen om voor de toekomst een heldere visie te ontwikkelen voor dit gebied.