Visparasieten

donderdag 3 juli 2014

Door Tim van Oijen

 

Vissen in de Waddenzee hebben vaak last van ongewenste metgezellen. Deze parasieten kunnen zich in de vis bevinden, zoals wormen, of op de vis. Die laatste groep profiteurs hechten zich aan de vinnen of de kieuwen van de vis en voeden zich met bloed. Roeipootkreeftjes behoren tot de meest algemene van deze ectoparasieten. In de westelijke Waddenzee blijken maar liefst 47 verschillende soorten voor te komen.


Vogels, vissen, schelpdieren en krabben: allen hebben ze ongenode gasten aan boord. De meest opvallende parasieten van vissen zijn de ectoparasieten die zich met name aan de vinnen of de kieuwen hechten, zoals vele soorten copepoden (roeipootkreeftjes). Er is internationaal al veel onderzoek gedaan naar zeeluis bij kweekzalm. Deze kleine kreeftachtigen kunnen grote economische schade veroorzaken. Daarnaast zijn er voor veel zeeën wel beschrijvingen van de meest voorkomende parasitaire copepoden, maar kwantitatief onderzoek is er nauwelijks. In een recent onderzoek zijn de op vissen in de westelijke Waddenzee voorkomende soorten geïnventariseerd.

 

47 soorten

Bij het onderzoek werd gebruikt gemaakt van gegevens uit veldstudies die in 1968 en 2010 zijn gedaan door het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ). Deze gegevens werden nog aangevuld met waarnemingen uit het archief van het NIOZ. In totaal werden er 47 verschillende soorten parasitaire copepoden aangetroffen op 52 verschillende vissoorten. Bijna de helft van deze soorten waren nog niet eerder waargenomen in de Noordzee. Dit komt waarschijnlijk doordat in de studie in de westelijke Waddenzee meer vissoorten zijn onderzocht dan tijdens eerdere surveys in de Noordzee. Daarnaast kan een deel van de parasieten specifiek zijn voor de westelijke Waddenzee. De onderzoekers vermoeden dat ze nog niet alle in de westelijke Waddenzee voorkomende soorten te pakken hebben. Onderzoek aan extra vissoorten en meer individuen zal waarschijnlijk nog meer soorten parasitaire copepoden opleveren.

 

Bot

Voor twee soorten copepoden die parasiteren op bot kon een vergelijking worden gemaakt tussen 1968 en 2010 met betrekking tot de infectiegraad van deze platvis. Hieruit bleek dat de infectiegraad van de bot met de soort Acanthochondria cornuta niet verschilde tussen beide jaren. Bij de soort Lepeophtheirus pectoralis was er wel een verandering te zien. Hij bleek meer jonge bot te zijn gaan infecteren. Bovendien was de infectiegraad van botten van een vergelijkbare grootte hoger in 2010. Deze veranderingen hangen samen met de sterk toegenomen visserij. Die veroorzaakte een afname in de botpopulatie in de westelijke Waddenzee en een afname in hun gemiddelde grootte. De beide parasieten kregen dus te maken met een afname in beschikbare gastheren en in de grootte van de gastheren. De soort Acanthochondria cornuta vestigt zich in de kieuwholte van de bot. Omdat hier maar beperkt ruimte is, kon de soort geen hogere infectiegraad per gastheer bereiken toen het aantal gastheren afnam. De soort Lepeophtheirus pectoralis infecteert de huid van de bot en kan dus veel meer ruimte per vis benutten. Hierdoor heeft hij zich klaarblijkelijk aan het afnemende aantal grote botten aan kunnen passen door zich in grotere aantallen op de kleinere bot te vestigen.

 

Bronnen

Koch, H., P. boer, J. IJ. Witte, H.W. van der Veer en D. W. Thieltges (2014). Inventory and comparison of abundace of parasitic copepods on fish hosts in the western Wadden Sea (North Sea) between 1968 and 2010. Journal of the Marine Biological Association of the United Kingdom 94 (3), 547-555.



Artikel WadWeten

Het  wekelijkse artikel 'WadWeten' verschijnt in de digitale nieuwsbrief (aanmelden kan hiernaast op de pagina onder "Nieuwsbrief") en op de websites van de Waddenvereniging en de Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

“De laatste wildernis van Nederland”