Broeden, alles of niets!

vrijdag 11 maart 2011

Door Romke Kats

Het voorjaar barst bijna weer los. De komende weken is het een drukte van jewelste voor vogels in de Waddenzee. Terug uit het zuiden, snel eten en weer door naar het noorden om te broeden. Of pas in mei beginnen. Voor de ´marathon´-broeder onder de wadvogels, de eidereend, is de voorbereiding op het nieuwe broedseizoen allang begonnen. Het is alles of niets!

 

Om eieren te leggen en deze uit te broeden is een aantal omstandigheden noodzakelijk. De belangrijkste is wel de beschikbaarheid van voldoende voedsel. Tijdens de broedperiode hebben vogels namelijk veel extra energie nodig. De eieren moeten worden gemaakt en daarna moeten ze op de juiste temperatuur worden gehouden. Uiteindelijk worden de jongen grootgebracht. Om te kunnen broeden moet extra voedsel beschikbaar zijn in de directe omgeving van de broedlokatie of in het territorium. Vogelsoorten blijken te verschillen in hun strategie om van broeden een succes te kunnen maken. De duur en de manier van de voorbereiding is anders.

 

Verschillen in broeden

De ene soort eet voorafgaand aan de leg van eieren extra voedsel, waarbij de voorbereiding relatief kort is. Het broeden wordt afgewisseld tussen de partners. Denk hierbij aan soorten zoals scholekster, tureluur, grutto en kievit. Het afwisselen is nodig om tussen het broeden door extra energie op te nemen. De andere strategie bij vogels wordt gekenmerkt door een veel langere voorbereiding op het broedseizoen. Een paar maanden voor het broeden. Vrouwtjes moeten extra veel eten om vervolgens aan een stuk door te kunnen broeden en met de jongen het nest te verlaten. Dit is de strategie van de eidereend. De vrouwtjes van eidereend, en dan gaat het om de vrouwtjes, zijn alleen tijdens de broedperiode langdurig op land te vinden. In de rest van het jaar leven ze op zee. Ze leggen de eieren, een stuk of zes, in een nest met dons. Eidereenden broeden in hoge dichtheden, oftewel kolonies. De eieren worden uitgebroed gedurende een aangesloten periode op het nest. De vrouwtjes verlaten af en toe het nest om wat te drinken. Na uitkomst van de eieren groeien de jongen op in crèches met de hulp van andere vrouwtjes. De man draagt bij aan de reproductie door zijn vrouwtje te bevruchten, soms ook die van de buurman. Verder zorgt hij er voor dat zijn vrouwtje ongestoord en vooral veel kan eten.

 

Lokaal voedsel

Bij eidereenden zijn de vrouwen extreem trouw aan de kolonie waar ze geboren zijn en waar ze broeden. De omgeving van de kolonie is van groot belang om in de maanden voorafgaand aan het broeden voldoende voedsel te vinden. Dit geschikte voedsel bestaat uit schelpdieren, hoofdzakelijk mossels. Voor broedende eidereenden in de Nederlandse Waddenzee is het aanbod van mossels op de wadplaten rond de wantijen ten zuiden van de eilanden van groot belang. Bij een toename van het aanbod van droogvallende mosselbanken komen meer vrouwtjes tot broeden in de kolonie. In deze periode neemt het lichaamsgewicht toe tot ruim 2.4 kilogram, een groei van wel bijna een kilogram. Ze zijn dan zo zwaar dat vliegen niet meer lukt. Alleen als dit streefgewicht bereikt is, kunnen zes eieren gelegd worden èn deze vrijwel non-stop uitgebroed worden gedurende een periode van 28 dagen. Wordt dit eindgewicht niet gehaald, dan beslist het vrouwtje om niet te broeden. Lokale droogvallende mosselbanken spelen een grote rol bij broedende eidereeenden.


Bron:

Kats R.K.H. 2007 Common Eiders Somateria mollissima in the Netherlands:
The rise and fall of breeding and wintering populations in relation to the stocks of shellfish.
Thesis University of Groningen. Zie
http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/science/2007/r.k.h.kats.
Meijer T. & Drent R. H. 1999 Re-examination of the capital and income dichotomy in breeding birds. Ibis 141: 399-414.

Artikel WadWeten

Het  wekelijkse artikel 'WadWeten' verschijnt in de digitale nieuwsbrief (aanmelden kan hiernaast op de pagina onder "Nieuwsbrief") en op de websites van de Waddenvereniging en de Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

“Dynamiek van zand, zee en luchten.”