Turen naar de einder


Door Renate de Backere


Een wadlooptocht naar een eiland, ja dat is toch wel de ideale manier zijn om het wad te beleven. Dat zei ik toen, opgetekend door de Volkskrant op 14 april. Nu moet ik dat beeld enigszins bijstellen want: de ideale wadlooptocht is ’s nachts. Ja, midden in de nacht de eerste slikstappen zetten, met volle maan. Wat een genot. Om stil van te worden.


Om half 2 trof ik de groep. Wel 42 mensen! Met die groep zou ik het gaan beleven. Ik had al zo’n gevoel dat een ervaring als deze een groep aan elkaar smeedt. Want; ja, ik was erbij, weet je nog. Sommige ervaringen en belevenissen brengen dat teweeg, een sterke gezamenlijke herinnering, binnen een select gezelschap. Iets na 2 uur ’s nachts stapten we het wad op, onder toeziend oog van de volle maan, die ons bijna de hele tocht heeft bijgelicht. Het zicht was nog aardig, het water voelde niet koud, opgetogen sfeer. We gaan het beleven.


Mijn voeten zakken weg, toch minder diep dan de laatste keer dat ik hier in Holwerd liep. Stap, flots, slik, klots, spetter, stap, schlep, stap, paaltje, zand, slik. Als je niet veel ziet worden andere zintuigen sterker. Voelen, horen, je ruikt het zilt en ’t slik. Turen naar de einder; vuurtorens en de groene en rode lichten van de betonning. En een luidruchtig gekwetter, honderden scholeksters! Die trekken zich niets aan van het dag/nachtritme. Eb en vloed, dat is hun ritme, want er moet gegeten worden als de wadplaten droogliggen. Klots, slobber, flots, diep en dieper zakken, verder klotsen, door het water. Veel water, we waren wat aan de vroege kant.


Een tijdlang evenwijdig aan de dijk lopen, daarna de ‘echte’ oversteek. Alsof het dan pas echt begint. Rond 4 uur begon het duidelijk te schemeren. Schoorvoetend duwde lichtblauwe dageraad de duisternis naar het westen. Nog geen half uur later knalde de lucht van kleur uit elkaar. Dit belooft een zonsopkomst te worden om in te lijsten. Op een zandplaat net onder Ameland stoppen we even. Een randje zon doet ons allen verstommen. Het is zo vanzelfsprekend dat de zon elke dag weer opkomt. Maar het blijft bijzonder. En om ‘m op deze manier mee te maken, om warm en koud en stil en uitgelaten en alles tegelijk van te worden. De stilte wint. Ik sta en staar en kijk en ben dankbaar dat ik dit mag meemaken. Na een half uur bereikten we Ameland. Een duik in de Noordzee, slik wegspoelen, nog eens twee uur lopen langs de vloedlijn, dit mag nog wel even duren. Alles is zo leuk en zo mooi. Maar mijn ogen beginnen toch echt dicht te vallen.


Maandagochtend, aan het werk. M’n slaapritme is nog ontregeld, ik zit hier met een wattenhoofd. De meesten uit de groep heb ik niet gesproken en weet niet wie ze zijn. Maar ik weet bijna zeker dat we allemaal terugdenken aan deze prachtige tocht. We waren erbij. En koesteren de gemeenschappelijke herinnering. De zonsopkomst heb ik tot dusver al een keer of 80 opnieuw afgespeeld in mijn hoofd.