Blog van Josje Fens

Zeegras zaaien, maar waar?

vrijdag 8 juli 2011
Blog van Josje Fens

Waar de meeste boeren eerst moeten zaaien voor ze kunnen oogsten werkt het hier andersom. Wij gaan eerst oogsten om daarna te zaaien.
Spannend is het wel, we oogsten in Duitsland uit een dichtbegroeid donorveld, daarna zaaien we het uit, op zo'n manier dat er in Nederland een behoorlijk dicht zeegrasveld zou moeten ontstaan. Of dit gaat lukken is de vraag. Om de kans van slagen zo groot mogelijk maken, ben ik samen met een aantal onderzoekers op pad geweest naar zowel de oogst- als zaailocaties. Een verslag:



 10 juni 5:30 De wekker. Het is om 7 uur laag water en dan moet ik op het wad bij het Balgzand staan. Gelukkig is mijn hotel al vanaf 5 uur open voor ontbijt. De offshore industrie in Den Helder vraagt dat soort tijden. 5:50 sprint ik naar beneden om snel een broodje te smeren. De hotelbaas brengt mij een kopje thee en kijkt zichtbaar beteuterd als ik na een half kopje naar buiten ren met een krentenbol en croissantje in mijn hand. De man wil mij eigenlijk niet laten gaan, doe het dan tenminste in een zakje stamelt hij nog bezorgd. Het busje staat al klaar, ik moet gaan.

 

7:00 Balgzand We rijden de dijk op langs 't Kuitje, het bezoekerscentrum waar de Waddenvereniging excursies geeft. We stoppen ter hoogte van de 2 stippen op Google Maps. Dit gebied zou geschikt moeten zijn voor zeegras. Marieke van Katwijk, een van de onderzoekers, vertelt ons dat er hier ooit dicht langs de kust veel zeegras groeide. Een aantal jaar geleden hebben ze als experiment een keer een zak aangespoelde stengels uit Duitsland neergelegd. Dat gras heeft toen 8 jaar gestaan en is daarna verdwenen doordat het overgroeid werd door macro-algen, oftewel zeewier. Van belang zijn kleine hoogteverschillen in het landschap. Dit komt voor zeegras heel nauw. Met deze informatie worden we op pad gestuurd naar de eerste plek.

 

Het is nog vroeg en koud, dus we stappen in ons waadpak. Het wad is behoorlijk slikkig en we zakken flink ver weg met onze grote laarzen. Dat is een goed teken. Een slikkige bodem betekent dat er weinig stroming is en dat is goed voor zeegras. Ook lijkt het met de algen wel mee te vallen.
In een moment van onoplettendheid verlies ik vlak voor de terugtocht mijn evenwicht. Ik plons vol in het slik. De volgende keer toch maar weer mijn wadschoentjes aan, een stuk stabieler.

 

11:00 Met de zijdeur nog open rijden we naar Uithuizen. Ik voel me net 'the A-team'. Dat zijn we niet, wij zijn het Z-team! Als we een beetje doorrijden kunnen we in Uithuizen nog een laagwater meepakken, het is daar een paar uur later laagwater.

 

Het weer is fantastisch, met een zonnetje, blauwe lucht en een enkel schapenwolkje zoeven we over de afsluitdijk door het Friese landschap en arriveren uiteindelijk in Uithuizen. Daar staat nog een behoorlijk veld klein zeegras. De populatie is nog ongeveer even groot als op onze kaarten uit 2003, een behoorlijk stabiel veld dus. Meestal groeit groot zeegras op ongeveer dezelfde plekken als klein zeegras, alleen net iets dieper. Dit lijkt dus een hele goede plek. Ook is bekend dat hier vroeger veel zeegras gestaan heeft. Dat blijft toch een belangrijke indicator.

 

De modellen die gemaakt zijn, kunnen van alles voorspellen, maar in een getijdengebied als de Waddenzee waar veel verandert, is het erg moeilijk echt goede voorspellingen te maken. Dat blijft handwerk. Bij Uithuizen staan  rijsdammen, ook een favoriete plek van zeegras. In de net iets diepere poeltjes bij het hout kan het goed groeien. We kiezen uiteindelijk voor een plek met veel variatie in het landschap: wat dammetjes, stukken vlak wad en net buiten het gebied met klein zeegras.

 

14 juni 6:45 Interview op radio 1, uitslapen is er niet bij! Maar als NOS Radio 1 belt dat ze je willen helpen met de zoektocht naar vrijwilligers dan sta je daar natuurlijk voor op! Een leuk interview, dus de dag is goed begonnen.
Om half 12 nemen we de boot naar Schiermonnikoog. Op de boot komen we een onderzoeker tegen die ons hoogtekaarten van het gebied kan geven. Ook vertelt hij over het onderzoek dat loopt in het gebied waar wij zeegras willen gaan zaaien. Wat gebeurt er veel op de Waddenzee! Allemaal om het systeem beter te begrijpen en te zorgen voor natuurherstel.

 

14:00 Laagwater We parkeren bij de jachthaven op Schier. Zowel links als rechts hiervan liggen kansrijke gebieden. Links wordt veel onderzoek gedaan, maar rechts wandelen vaak mensen over het wad. We beginnen links, een mooi stuk van 0 NAP vlakbij een mosselbank. Mosselbanken remmen de stroming af en filteren een deel van het slik uit het water. Een goede plek voor zeegras!

 

Het is er ook erg slikkig. We hadden Luca bijna op het wad moeten achterlaten omdat zij ineens tot haar knieën wegzakte in het slik in een onverwacht gat. Je moet blijven opletten op het wad! We zijn gewaarschuwd dat sommige plekken hier erg veel zwavel bevatten. Dit komt vrij bij zuurstofloze processen in de slikkige bodem. Zwavel is giftig en dus ongunstig voor zeegras. We hebben een ingenieus systeem om het water tussen het slik uit te zuigen. Zo kun je aan dit geconcentreerde water ruiken of er veel zwavel in het water zit. Dat stinkt namelijk enorm naar rotte eieren! Het valt mee, het water stinkt nauwelijks.

 

Marieke en Jannes bekijken het gebied aan de andere kant van de haven. Dat is nog slikkiger dan het eerste stuk, maar ook een stuk kleiner. Hier is geen bescherming van de mosselbank en liggen misschien ook wel vaker schepen die bij eb droogvallen. Wat voor deze locatie spreekt is dat er vroeger regelmatig enkele sprieten zeegras zijn gevonden. Marieke besluit nog met een collega te overleggen voordat we de definitieve beslissing nemen.

 

Genietend van de windstille dag, het zonnetje en de mooie bootjes drinken we een biertje als beloning voor het ploegen door de blubber. We nemen de half 7 boot terug naar de wal en rond 9 uur komen we aan in het mooie Schierstee.

 

15 juni 6:00 laag water bij Noordpolderzijl Er schijnt een waterig zonnetje door de wolken. De kwelder ligt er prachtig bij en de koeien kijken nog een beetje slaperig uit hun ogen als wij langs komen lopen. De sporen van een vroege wadlooptocht wijzen ons de weg over het wad. We zijn gewaarschuwd: Noordpolderzijl is een slikkig gebied. Dit blijkt reuze mee te vallen!

 

Er is geen zeegras te bekennen, maar het wad ziet er wel mooi uit. Toch vertrouwen we het niet helemaal, als iedereen zegt dat het hier zo slikkig was en nu niet. Welke processen zijn er gaande? Is het hier harder gaan stromen en daarom minder slikkig geworden? Ondanks dat het er nu mooi uitziet, besluiten we toch voor het wad bij Uithuizen te kiezen. Daar staat al klein zeegras en lijkt de bodem al een tijd stabiel te zijn.

 

Rond 10:00 komen we weer van het wad af en genieten we van de voor ons gesmeerde lunchpakketjes. We praten nog even met de opzichter van het waterschap die aan de dijk woont. Noordpolderzijl is een populair gebied voor wadlopers en kanoërs. Hij heeft in de krant gelezen over dit project en wenst ons veel succes. We spoelen het slik van onze kleren en maken ons klaar voor de reis naar Duitsland.

 

Over het bezoek aan Duitsland volgende week meer.

 

Foto's: © Luca van Duren

 

 

 

De Waddenvereniging en Rijkswaterstaat werken samen aan het herstel van zeegras in de Waddenzee. Rijkswaterstaat doet dit vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water en betaalt het grootste deel van het project. De Waddenvereniging werkt mee vanuit de Coalitie Natuurlijke Klimaatbuffers. Het project krijgt subsidie van het Ministerie van I&M.
Naast de Waddenvereniging bestaat de Coalitie uit: Ark natuurontwikkeling, De12Landschappen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Vogelbescherming Nederland en het Wereld Natuur Fonds. Meer informatie over natuurlijke klimaatbuffers: www.klimaatbuffers.nl.

 

"Natuurlijke klimaatbuffers leveren een grote bijdrage aan een klimaatbestendig Nederland. Door de optimale inzet van natuurlijke processen kan ons land meebewegen met de gevolgen van een veranderend klimaat. Natuurlijke klimaatbuffers combineren op de eerste plaats veiligheid en natuur. Het zijn natuur- en waterrijke gebieden, waar mensen graag recreëren en wonen. Het
langer vasthouden van water heeft voordelen voor zowel stedelijk gebied, als voor de zoetwatervoorziening en de natuur."