Blog van Josje Fens

Zeegras zoeken op Sylt

vrijdag 15 juli 2011
Blog van Josje Fens

15 juni 11:00
Er ligt nog zo’n 600 km Autobahn voor ons voordat we met de trein het eiland Sylt mogen betreden. Sylt is een langgerekt eiland dat in het midden door een dam verbonden is met het vaste land. Over deze dam loopt een treinrails: auto’s, fietsers, of voetgangers, iedereen moet met de trein het eiland op. Dit wordt de eerste keer dat ik een eiland per trein zal bereiken.


Bij de ingang van de autotrein krijgen we een tasje van de Lidl in onze handen gedrukt; dan hebben we wat te doen tijdens de reis. De Lidl schrijft trots ook op Sylt een vestiging te hebben en we kunnen lezen over de prachtige aanbiedingen van deze week. Tot zo ver lijkt het nog mee te vallen met de geruchten dat Sylt een enorm sjiek en rijk eiland is. De rest van het tasje blijkt van een heel andere inhoud. We vinden twee dikke glossy magazines die speciaal zijn opgedragen aan Sylt. Ze staan vol met reclames van merken als ‘Helly Hansen’ en ‘Tommy Hilfiger’. Ook worden we volledig op de hoogte gebracht van de nieuwste buitenkeukens en outdoor loungebanken. Een snelle blik om ons heen bevestigt het beeld: Mercedessen  en BMW’s, het liefst in 4x4 uitvoering, of cabrio.

 

17:00
We rijden de autotrein op, de strenge blik van de meneer die de trein controleert, maakt duidelijk dat het niet de bedoeling is dat we tijdens de rit ons voertuig verlaten. Maar niets weerhoudt ons ervan de zijdeur van de auto open te doen en ons weer het Z-team te voelen!


Het landschap verandert langzaam in kwelder en op een gegeven moment wordt het stuk land steeds dunner tot er alleen nog onze treinbaan en hele lage kwelder over is. Hoewel je iets bijzonders moet doen om op het eiland Sylt te komen, krijg ik er niet het eilandgevoel van wat ik normaal krijg als ik met de boot naar een eiland ga.


De auto's op Sylt zijn nog sjieker en alle huizen hebben een rieten dak. Verspreid In de duinen liggen enorme huizen, maar naarmate we verder naar het noorden gaan wordt de bebouwing dunner en valt iets anders op. De duinen lopen door tot aan het wad! Op sommige plekken is het eiland Sylt zo smal dat de duinen van de Noordzeekant direct plaatsmaken voor het wad.


Wij moeten naar het plaatsje List, gemarkeerd door het 'Erlebniscentrum Wattenmeer' een futuristisch schipvorming gebouw waar je het wad kunt beleven. Ik hoop dat we tijdens een van onze volgende bezoeken nog tijd hebben daar naartoe te gaan! Vlak achter dit centrum staat het AWI, het onderzoekscentrum dat ons helpt met het zeegrasproject. Zij weten waar het zeegras groeit en hoeveel er is.

Ik verbaas mij 's avonds na het eten over de stevige dijken die hier aan de wadkant liggen. De dijken zijn tot boven toe van beton en over de basaltblokken liggen slordige strepen cement. Alsof iemand met een grote spuitzak op de dijk heeft gespeeld. Het pad langs het wad wordt op veel plekken begrensd door een betonnen muur tot heuphoogte. Niet echt mooi, maar wel veilig.

 

16 juni 9:00
We ontmoeten Karsten Reise, een vriendelijke Duitse onderzoeker, in zijn onderzoekscentrum. Hij heeft een prachtig uitzicht over het wad en vertelt ons dat zijn huis bijna hetzelfde uitzicht heeft. Toch verveelt het niet.


Na een korte bespreking van het gebied met kaarten en berekeningen op kladblaadjes over het te oogsten materiaal vertrekken we naar dé plek. In een baai staat het zeegras in overvloed. De dijk is hier nóg hoger en steiler dan in het dorp. We moeten dus goed uitkijken bij het afdalen. Hoe gaan we dat straks doen met alle vrijwilligers en bossen zeegras onder onze arm?


Het wad is erg slikkkig en hoe dichter we bij het zeegras komen, hoe slikkiger het wordt. Volgens Karsten is de slikkigheid niet belangrijk, maar gaat het er vooral om dat er weinig stroming is. Dat gaat bijna altijd samen. Toch weet hij wel een plek waar het heel zandig is, maar het zeegras toch groeit. Daar stuift een duin regelmatig zand het wad op, dat maakt het zeegras niks uit.
We zijn hier om te bepalen hoeveel zeegras er staat en of we van een of meer locaties moeten oogsten om voldoende zeegras te verzamelen voor ons project zonder schade aan de donorpopulaties aan te richten.


Maar hoe doe je dit? Het zeegras is best wel dun en ligt plat omdat het laag water is. Het zou misschien makkelijker tellen zijn met een laagje water als de sprieten rechtop staan. We nemen op een aantal plekken een vlak van 25cm bij 25 cm om het aantal sprieten te tellen. Zo krijgen we een gemiddelde. We besluiten later terug te komen als er een laagje water staat om te kijken of het tellen dan makkelijker is. Ook is dat een extra controle of we goed geteld hebben natuurlijk!


In de tussentijd bezoeken we nog een ander zeegrasveld. Om daar te komen moeten we tol betalen. Het stuk weg is door een particulier aangelegd en die vraagt toegangsgeld om over de weg te mogen rijden. Ook als je op het eiland woont of onderzoek doet. Om op deze plek te komen moeten we een heel stuk over de kwelder lopen. Erg mooi, maar voor het project minder gunstig. Ook blijkt het zeegras een veel lagere dichtheid te hebben dan op de eerste locatie. Deze houden we dus als reserve.

Wanneer we terug zijn bij het eerste veld, staat er nog te weinig water. We kijken vanaf de dijk hoe het water langzaam opkomt en filosoferen ondertussen over de beste manier om het zeegras te oogsten. We willen zo min mogelijk van het zeegras vertrappen en dus wordt er al snel gedacht aan 'loopplanken' en vaste paden.


We kunnen nog goed zien waar wij gelopen hebben, dus zodra er voldoende water is, gaan we terug naar de eerder getelde plekken. Alleen waren we even vergeten dat slikkige ondergrond ook betekent dat het water snel troebel wordt. Het tellen met een laagje water lukt toch niet zo goed, het water is veel te snel troebel geworden door onze voetstappen. Goed om te weten voor het oogsten, we moeten dus echt met laag water oogsten, anders kunnen we het zeegras niet zien!


Voor mij is het tijd voor de terugreis. Jannes en Luca blijven nog om een paar andere locaties te bezoeken waar ook zeegras staat. Ik hoor later van ze dat deze locaties ook in reserve worden gehouden, maar dat het topveld toch echt het eerste was.

 

Foto's: © Luca van Duren

 

 

 

De Waddenvereniging en Rijkswaterstaat werken samen aan het herstel van zeegras in de Waddenzee. Rijkswaterstaat doet dit vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water en betaalt het grootste deel van het project. De Waddenvereniging werkt mee vanuit de Coalitie Natuurlijke Klimaatbuffers. Het project krijgt subsidie van het Ministerie van I&M.
Naast de Waddenvereniging bestaat de Coalitie uit: Ark natuurontwikkeling, De12Landschappen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Vogelbescherming Nederland en het Wereld Natuur Fonds. Meer informatie over natuurlijke klimaatbuffers: www.klimaatbuffers.nl.

 

"Natuurlijke klimaatbuffers leveren een grote bijdrage aan een klimaatbestendig Nederland. Door de optimale inzet van natuurlijke processen kan ons land meebewegen met de gevolgen van een veranderend klimaat. Natuurlijke klimaatbuffers combineren op de eerste plaats veiligheid en natuur. Het zijn natuur- en waterrijke gebieden, waar mensen graag recreëren en wonen. Het
langer vasthouden van water heeft voordelen voor zowel stedelijk gebied, als voor de zoetwatervoorziening en de natuur."