Blog van Josje Fens

Hoe je 150 kilo zeegras oogst

donderdag 22 september 2011
Blog van Josje Fens

Het zeegrasherstelproject is een hoop handwerk. Dat blijkt wel uit de manier waarop je zeegras oogt. De Waddenvereniging ging de uitdaging aan om met negen vrijwilligers in twee dagen 150 kilo zeegras te oogsten. Een blubberig avontuur onder de nieuwsgierige blikken van honderden wadvogels (en een paar boze krabben).

 

Het zeegras dat uitgezet is in de Waddenzee komt van het Duitse waddeneiland Sylt. Oogsten gebeurt bij laagwater en voor de vrijwilligers betekent dat om 5:30 gewekt worden onder de toepasselijke klanken van Nana Mouskouri’s ‘Guten morgen Sonneschein’.

 

Groot en klein
Eenmaal op het veld leggen experts eerst het verschil uit tussen groot en klein zeegras. Dat staat hier door elkaar en wij willen alleen groot zeegras, goed kijken dus! De zeegrasplukkers verspreiden zich daarna met vuilniszakken met gaatjes in de bodem (anders wordt de zak zwaar van het water) over het veld. Het is bijna windstil. In de verte ligt een vissersboot en als deze zijn schroeven draait om een bocht te maken kun je dat tijdens het plukken horen. Zo nu en dan vliegt er een vogel over. Verder hoor je alleen het gespetter van de zeegrasplukkers en het typische geluid van scheurend gras.

 

Het gras zit vol met alikruiken en wadslakken, soms springt er een garnaal weg. In gedachten verzonken word ik ineens opgeschrikt door een klappend geluid vlak naast me. Ik blijk bijna bovenop een krab te zijn gaan staan! Er zijn meer plukkers verrast door krabben die zich in het gras verstopt hebben. Gelukkig is er geen enkele aan onze vingers blijven hangen!

 

Het plukken zelf is niet zwaar, het zeegras laat makkelijk los. Dit komt onder andere doordat zeegras in de herfst haar stengels loslaat. Zo verspreid zeegras zich op natuurlijke wijze. Door het zeegras nu te plukken en mee te nemen naar Nederland bootsen wij deze verspreiding na.

 

Het verzamelen van het benodigde 150 kilo zeegras gebeurt in twee etappes. Dit is niet alleen omdat het door het continu bukken zwaar werk is, maar ook omdat er alleen geplukt wordt totdat het water begint op te komen. Ondanks dat plukken in een laagje water hier prima gaat doen we dit niet. Tijdens hoog water is deze plek gereserveerd voor vogels, het is een zogenaamde hoogwatervluchtplaats.

 

Het AWI, Alfred Wegener Institut, helpt bij de monitoring en inventarisatie van het zeegras. Zij zijn de kenners van het gebied en zullen dus ook de eerste zijn die veranderingen in het gebied opvallen. Het inpakken van de zaadzakken gebeurt ook op hun terrein. Dit gaat zo: twee personen wegen het zeegras (650 gram per net), twee personen doen het zeegras in het net en binden het dicht, twee personen bevestigen de haak aan het net, een persoon knipt alle uitstekende touwtjes af en legt het net in het krat.

 

Na een marathonpluk die tot na zonsondergang duurt, blijkt er precies genoeg zeegras geoogst te zijn. Op naar het volgende avontuur: het uitzetten van het zeegras! Daarover volgende week meer.