Blog van Josje Fens

Natuurlijk zeegraszaaien

vrijdag 30 september 2011
Blog van Josje Fens

Het zaaien van zeegras gaat net even anders dan het aanleggen van een mooi gazonnetje in de achtertuin. Op drie plekken in de Waddenzee is een veld uitgezet van 1 hectare. Op elk veld zitten 180 drijvers verankerd in de wadbodem. Hieraan komt een zak met zaadstengels te hangen. Aan de zakken zelf zit nog een extra drijver, zo hangt de zak mooi horizontaal in de waterkolom en ligt hij zo min mogelijk op de grond. Het zaad in de zeegrasstengels rijpt langzaam in de zeegraszaadzakken. Wanneer het rijp is, zakt het vanzelf naar beneden.


Met deze methode komen we heel dicht bij de natuurlijke verspreiding van zeegras. Dat laat, wanneer het zaad gevormd is, haar stengels los zodat deze gaan ronddrijven en zich verspreiden. Het zeegras van het herstelproject in de Nederlandse Waddenzee komt uit Duitsland. Daar zijn de grassprieten door vrijwilligers verzameld en in drijvende zakken gedaan. In kratjes gaan ze in de koelwagen. Door het zaad bij een temperatuur van 12 graden te bewaren, hebben we iets minder haast. Het zaad kan zo, als het moet, een week of twee bewaard worden zonder dat de kiemkracht achteruit gaat. Wij zoeken de grens niet op. Direct na het oogsten gaan we zaaien.


Tenminste, dat is de bedoeling. Op de terugweg uit Duitsland blijkt er flinke wind voorspeld te zijn in Nederland. Dat is lastig, want het plan is om de zeegraszaadzakken tijdens hoogwater, vanuit een bootje, aan de drijvers te bevestigen. De schipper van het Zilvervisje is er niet gerust op. Het Zilvervisje is een klein mosselscheepje met heel weinig diepgang. Hierdoor is het scheepje wel erg gevoelig voor wind. De windrichting bepaalt of het realistisch is om door het veld te manoeuvreren. We zullen moeten wachten tot het ochtend is om te bepalen of we kunnen uitvaren.

 

Tijdens de eerste dag zaaien, bij Schiermonnikoog, waait het hard, maar verwachten we dat het toch gaat lukken. Er is ook pers aanwezig en die hebben de grootste moeite zich staande te houden op het wiebelende bootje. De golven spatten over de boot, het is gegarandeerd nat worden! Het levert wel spectaculaire foto’s op. Binnen een paar uur hangen alle zakken in zee en kunnen we weer terug naar Lauwersoog, deze dag onze uitvalsbasis. Het uitzaaien bij Uithuizen doen we ook met hoogwater, maar een paar dagen later. De stroming is hier anders en met de harde wind weten we niet zeker of alles wel veilig kan gebeuren. Ons wachten wordt beloond: een heerlijk zonnetje, gladde zee en weinig wind. De schipper van het Zilvervisje stuurt ons vakkundig tussen de drijvers door. Een iemand vist de drijvers met een lange stang uit het water, de volgende klikt de zaadzak eraan en gooit hem weer terug in zee. De laatste geeft een nieuwe zak aan. Dit alles gaat constant door, het bootje vaart met een vast tempo verder, wegdromen is er dan ook niet bij. Soms missen we een drijver, het scheepje vaart onherroepelijk verder. Aan het eind van de rit varen we daarom nog een aantal rondjes rond het veld om ook de laatste drijvers van een zak te voorzien.


Het kan ook anders, bij Balgzand loopt een soort mini-geul en daar hangen de drijvers in. Het is er net een heel klein beetje dieper dan de stukken er omheen. Hier varen zou dan ook extra moeilijk zijn. Daarom maken we de zaadzakken met laag water aan de drijvers vast. Dit gaat volgens een vast schema. Iedere vrijwilliger krijgt een krat met zeven drijvers. Je loopt over de dijk totdat je ter hoogte van jouw lijn met drijvers bent. Je stapt het wad op en ploetert door het slik naar de drijvers. Je loopt in een rechte lijn de drijvers af. Verwijdert (nu je er toch bent) het wier dat aan de drijvers vastzit. Aan het eind van de rij loop je om het veld heen en keer je buiten het veld om terug naar de voorraad kratten voor de volgende rij. Zo zorgen we ervoor dat er zo min mogelijk over het veld gelopen wordt. Te veel lopen kan nadelig zijn voor het zeegras omdat het zaad zo onder in de voetstappen terecht kan komen en op die manier te diep in de bodem terechtkomt.

 

Foto: Luca van Duren