Blog van Josje Fens

Bezoek aan Rottumerplaat

vrijdag 29 maart 2013
Blog van Josje Fens

Mensen vragen mij regelmatig of ik echt de hele dag en elke dag met mijn voeten in de modder sta als zeegrasboerin. Helaas, lieve mensen, ik moet jullie teleurstellen, het zeegras redt het prima zonder mij en heeft dus geen echte boerin nodig. Ik hoef geen onkruid te wieden, geen slakken te verwijderen, geen mest uit te rijden. Dat is ook niet de bedoeling in ‘onze laatste wildernis’. Mijn baan is dus niet zo romantisch als mijn zelfgekozen titel, zeegrasboerin, doet voorkomen. Het grootste deel van mijn werk speelt zich af op kantoor, achter een bureau met een computer. Maar ik moet wel toegeven dat sinds ik bij de Waddenvereniging werk, ik veel vaker en op veel meer verschillende plekken in het Waddengebied kom. Zo mocht ik een week geleden een collega van mij vervangen bij een overleg en werkbezoek naar Rottumerplaat.

 

Met snijdende wind en een dun laagje sneeuw op de dijk voeren we weg vanuit de Eemshaven. Aangezien Rottumerplaat een onbewoond eiland is, is er geen haven en kun je er ook niet zomaar je boot aanleggen. We moesten dus vanaf onze boot met een klein motorbootje zo dicht mogelijk naar het eiland gebracht worden, om de laatste meters door het water wadend het eiland te bereiken. Daarom werden wij geacht ons in overlevingspakken te hijsen. Na een stoere tocht met het kleine bootje zetten we voet aan land. Als een soort astronauten tijdens een maanlanding waadden we in onze oranje pakken naar het eiland.

 

Daar aangekomen bleken we niet alleen! Er waren net een paar vogelwachters aangekomen om tellingen te gaan doen, best gek om op een onbewoond eiland welkom geheten te worden. De vogelwachters verblijven in de oude gebouwen van Rijkswaterstaat. Deze zijn er ooit neergezet toen Rottumeroog en –plaat nog intensief beplant werden met helmgras om de inpoldering van de Waddenzee mogelijk te maken. Gelukkig is het zover nooit gekomen, maar de restanten daarvan zijn nog duidelijk zichtbaar. Vanaf het uitkijkpunt is de stuifdijk die toen is aangelegd goed te zien. Ook liggen de gebouwen beschut tussen de bomen en zijn er op de kop van het eiland nog betonnen platen te vinden. Verder is het eiland nu ‘vrijgelaten’ en gebeurt er wat er gebeurt. Wat opvalt is de stilte en de leegte. Ook het strand, verrassend vrij van afval. De wind heeft vrij spel en er zijn prachtige duinranden waar de wind lijnen in heeft aangegeven. Na een wandeling van zo’n twee uur zijn we aan de andere punt van het eiland aangekomen en mogen we ons weer in onze overlevingspakken worstelen.Terug aan boord blijft het nog lang stil, met mijn handen om een kopje warme soep en mijn hoofd nog op het eiland staar ik voor me uit. Wat een prachtbaan heb ik!