Nog veel lessen te trekken van MSC Zoe

Plastic korrels MSC Zoe liggen tot in Denemarken op de kusten, informatie over inhoud containers MSC Zoe blijft beperkt, nog meer containers overboord geslagen boven waddengebied, vijf schepen geadviseerd route bij de Wadden te mijden: het zijn enkele krantenkoppen die bijna dagelijks voorbij komen over de nasleep van de ramp met het containerschip MSC Zoe.


Eerste stap gezet

De krantenkoppen hebben de containerramp als gemene deler, toch raken ze allemaal net andere aspecten van de ramp. De Waddenvereniging vindt dat we uit al die aspecten lering moeten trekken om in de toekomst ons enige UNESCO werelderfgoed beter te beschermen tegen de gevolgen van de scheepvaart. Vorige week is een eerste belangrijke stap hierin gemaakt. Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat liet in een brief weten dat ze toch op korte termijn contact zal opnemen met haar Duitse ambtgenoot.

 

Wij zijn verheugd met deze stap van de minister. Eerder gaf ze aan voorlopig geen actie te ondernemen, omdat het sluiten van de vaarroute een langdurig proces is. De Waddenvereniging reageerde daarop met een pleidooi om juist daarom nu al samen met Duitsland actie te ondernemen en niet te wachten op uitkomsten van verder onderzoek naar de oorzaken van de ramp.


Aanpassen internationale regelgeving

Inzet van de minister is om samen met Duitsland tot voorstellen te komen die leiden tot aanpassing van internationale regelgeving voor scheepvaart boven de Waddeneilanden. Concreet kan dit betekenen dat de vaarroute voor bepaalde schepen onder bepaalde omstandigheden verboden is om te bevaren.   

 

Betere ladinglijsten nodig

Naast maatregelen voor de vaarroute spelen nog andere belangrijke zaken waarvan we moeten leren. Zo weten onderzoekers vrijwel zeker dat de witte plastic bolletjes op Schiermonnikoog van de MSC Zoe afkomstig zijn. Toch is dit juridisch niet hard te maken, omdat de beschikbare ladinglijsten van de verloren containers onvoldoende gedetailleerde informatie bevatten. Dit heeft volgens de minister te maken met de beperkte meldplicht voor zeevaartschepen die territoriale wateren passeren, zoals bij de MSC Zoe het geval was. Die meldplicht heeft alleen betrekking op gevaarlijke stoffen. Wat de minister betreft, gaat dat veranderen. "Ik wil in overleg met de sector over de vraag of de informatiepositie van overheden ten aanzien van niet-gevaarlijke lading kan worden verbeterd."

 

Resultaatverplichting in plaats van inspanningsverplichting

Direct na de containerramp riep de reder MSC dat zij zich verantwoordelijk voelde voor alle schade en dat ze alles zouden opruimen. Praktijk is dat de berging nu is gestopt en dat er nog zo’n 800 ton aan ladingresten in zee ligt. Na verloop van tijd kost het opruimen natuurlijk steeds meer energie, maar de Waddenvereniging vindt het ongelooflijk dat 800 ton rotzooi dat niet in zee hoort zomaar kan blijven liggen. De les die wij hieruit leren is dat voordat de berging begint het heel belangrijk is om vast te leggen wanneer de zee “schoon” is. Het moet voor de vervuiler geen inspanningsverplichting zijn, maar een resultaatverplichting.

 

Strengere regels containervervoer

Op dit moment neemt het aantal containers dat op een schip kan worden vervoerd nog steeds toe. Het grootste schip kan nu 23.756 containers vervoeren. Het gevolg is dat containers boven de rekken uitsteken en niet altijd goed vastgesjord zijn. Jaarlijks worden er meer dan 130 miljoen containers over de wereld vervoerd. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat containers niet meer overboord slaan? Internationale regels zijn nodig om de containers bovendeks beter vast te zetten, bijvoorbeeld niet hoger dan de rekken aan boord.  

 

Wat de Waddenvereniging betreft mogen er nog heel veel stukken over MSC Zoe in het nieuws komen, maar dan vooral over maatregelen om dit soort rampen in de toekomst te voorkomen.

Publicatiedatum: 27-02-2020