Fint

De fint behoort tot de familie van de haringen. De fint is een trekvis en komt voor langs de West-Europese kustwateren. In Nederland werd de fint tot halverwege de twintigste eeuw vooral aangetroffen in de zeegaten, grote rivieren en in het IJsselmeer. Daarna is de vangst van finten sterk afgenomen. Gelukkig worden de laatste tijd af en toe weer paaiende exemplaren waargenomen in Nederland.

 

De elft en fint zijn nauw verwant. Zelfs zo nauw verwant dat de soorten met elkaar kunnen kruizen! Er zijn dus ook hybride soorten te vinden. Deze vissen worden papzakken genoemd.

 

Volksnaam

Hein of noordenwind

Voedsel

Op het menu van de fint staat vooral dierlijk plankton, maar af en toe eet hij ook wel eens jonge visjes zoals sprot en haring.

Uiterlijk

De fint is een vis met een maximale lengte van 60 centimeter. De buik is zilverachtig, de rug is goud tot groen, soms blauw getint. Op de voorzijde van de rug bevinden zich (meestal) twee tot acht zwarte vlekken.

Zoals gezegd lijkt de fint erg op de elft. Ze zijn enigszins te onderscheiden door het aantal stippen (de elft heeft er maximaal 3) en de lengte (de elft wordt groter). Onderzoek van de kieuwboogzeven geeft meer duidelijkheid over de soort. De elft heeft meer dan 80 kieuwboogaanhangsels, een fint heeft maar er 40 tot 60.

 

De reis van de fint

De fint trekt in mei en juni de rivieren op. Hij is onderdeel van een grote school met soortgenoten. De fint paait in langzaam stromende delen van de rivier, waar de getijdenwerking niet meer merkbaar is. In de 19e eeuw was dit bij Tiel aan de Waal en Lith in de Maas. De fint trekt de rivier een stuk minder ver op dan de elft.


Nadat het larfje uit het ei is gekropen, verplaatst hij zich tijdens de zomermaanden naar de brakke riviermondingen. Daar blijft hij een aantal maanden en trekt in de herfst naar de zee. Na 2 tot 3 jaar op zee, zwemt de fint weer naar de rivieren om zich daar voort te planten.

 

Voedselgebied

In de periode 1900-1970 is de fintpopulatie ernstig achteruit gegaan of soms zelf verdwenen. Oorzaken hiervan zijn watervervuiling, overbevissing en het aanleggen van dammen en sluizen die de migratieroute blokkeren. Helaas is dit ook het geval in Nederland. Echte Nederlandse paaigronden zijn niet gevonden, maar er bestaan vermoedens dat de fint paaide in de Biesbosch, de oude Maas, Lek, Schelde en Eems. Hoewel er af en toe een fint wordt gespot in de Nederlandse wateren, lijkt een permanente terugkeer op dit moment nog niet mogelijk. Er zijn te weinig geschikte leefgebieden. De Vismigratierivier zal voor de fint waarschijnlijk te klein zijn als leefgebied, maar kan wel een belangrijk gebied worden om voedsel te vinden én natuurlijk als vrije doorgang naar zoete Nederlandse wateren.