Rivierprik

Een rivierprik is, net als andere prikken, eigenlijk geen echte vis. Hij wordt gerekend tot de klasse van rondbekken. De rivierprik komt voor in de meeste Europese kustwateren. In Nederland vind je de soort in de Nederlandse rivieren, beken en langs de kust van de Noordzee en de Waddenzee. 


In de tweede helft van de 20ste eeuw nam de populatie sterk af als gevolg van watervervuiling en door het normaliseren van rivieren en beken. Gelukkig neemt het aantal rivierprikken sinds het begin van de jaren negentig weer toe, door het verbeteren van de waterkwaliteit en het aanleggen van vispassages.

Volksnaam

In Limburg wordt de rivierprik ook wel negenuiger genoemd.

Voedsel

Rivierprikken leven, net als zeeprikken, van het bloed van andere vissen. Ook happen ze soms hele stukken vlees uit levende of dode zeedieren.

Uiterlijk

Het lichaam van de prik heeft een slangachtige vorm. Op de rug is hij grijs-, zwart- of groenblauwachtig gekleurd. De buik is zilverwit tot vuil geel. De zuigbek is voorzien van een raspschijf, die bezet is met slechts een aantal tandjes. De rivierprik leeft gemiddeld ruim 4 jaar als larve. Bij een lengte van 9 tot 15 cm vindt de gedaanteverwisseling plaats. De volwassen geworden rivierprik trekt dan richting zee en leeft daar 2,5 tot 3 jaar als visparasiet. In die tijd groeit de rivierprik snel tot een lengte van 30 tot 49 cm.

 

De reis van de rivierprik

De volwassen rivierprik leeft in kustwateren en riviermondingen en paait in snelstromende delen van rivieren en beken. Tijdens de paaitrek, die begint in de herfst, trekt de rivierpik honderden kilometers het zoete water op. Vanaf dat moment staat alles in het teken van de voorplanting. De rivierprik eet dan ook niet meer. Het lichaam wordt optimaal gereed gemaakt voor de voortplanting. De paai van de rivierprik verloopt niet bepaald zachtzinnig. Het mannetje zuigt zich vast aan de kop van het vrouwtje. Vervolgens wikkelt hij zich strak om haar heen en ‘knijpt’ haar uit. Het vrouwtje legt hierbij wel duizenden eitjes. Het mannetje bevrucht vervolgens de eitjes. Na de paai, sterven beide dieren. Ze zijn uitgeput en uitgehongerd en daardoor heel vatbaar voor ziekten.

Twee rivierprikken op een paaiplaats in Nederland.

De larfjes laten zich stroomafwaarts zakken en graven zich in op geschikte plekken. Daar verblijven ze een aantal jaar. Na 3 tot 5 jaar trekken de rivierprikken naar zee om zich daar te ontwikkelen tot volwassen dieren. In de zee leeft de rivierprik in ondiepe kustwateren en riviermondingen. Na een aantal jaar is de rivierprik klaar voor de voortplanting en trekt weer terug de rivieren in.

In december liggen er veel rivierprikken voor de Afsluitdijk. Ze zijn op zoek naar een opening om naar binnen te trekken. Door de komst van de Vismigratierivier is het straks mogelijk voor de rivierprikken om dag en nacht het IJsselmeer op te zwemmen

 

Verder lezen:

>> Deze vissen worden blij van de Vismigratierivier
>> Daarom hebben we een Vismigratierivier nodig

>> Zo werkt de Vismigratierivier 

>> De 5 belangrijkste kenmerken van de Vismigratierivier
>> Vismigratierivier beleven