Bescherming onderwaternatuur Waddenzee rammelt

De bescherming van de onderwaternatuur van de Waddenzee rammelt. Dat is de conclusie van Nina Fieten, die voor haar opleiding Mariene Biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen het Nederlandse natuurbeschermingsbeleid onderzocht.

Aanleiding voor het rapport is de evaluatie van de Nederlandse uitvoering van het Europese natuurbeleid. Nederland is aan Europa verplicht om leefgebieden en soorten in de Waddenzee te behouden en/of te herstellen. Het huidige natuurbeleid werkt niet goed genoeg.

 

Het is al langer bekend dat het niet goed gaat met de Nederlandse Waddenzee. Vooral onder water gaat het slecht. Zo gaat de visstand al jaren achteruit.

 

De Waddenvereniging wilde weten of de onderwaternatuur door aanpassingen aan het beleid beter beschermd kan worden. Nina Fieten maakte een stappenplan voor verbetering.

 

De vier belangrijkste aanbevelingen:

Nina Fieten raadt aan om de te beschermen onderwaternatuur beter te omschrijven. Om de staat van de Waddenzee te controleren, wordt per leefgebied gekeken naar bepaalde dieren en planten. Probleem is dat alleen heel algemeen voorkomende soorten op de lijsten staan. Zeldzame en ook belangrijke soorten ontbreken. Die zijn juist van belang als het gaat over de kwaliteit van het leefgebied. Eén van de door Nina geïnterviewde experts zei het zo: ‘Als je beton zou storten in 99% van de Waddenzee, zou geen enkele van de typische soorten verdwenen zijn. Die 1% van het oppervlakte zou voldoende zijn om de typische soorten te herbergen.’
Een ander advies is om een onderverdeling van het leefgebied ‘onderwater’ te maken. Nu wordt het volledige onderwatergebied over een kam geschoren, maar er is natuurlijk veel verschil en diversiteit onder water. Zo is er andere natuur in diepe en ondiepe delen of op zandige en slikkige bodem. Met  een meer gedetailleerde onderverdeling en een kaart waar wat te vinden is, is snel en beter te zien of een bepaalde activiteit niet net een heel uniek stukje natuur aan zou kunnen tasten. Nu is daar nu geen inzicht in. Bovendien worden effecten van activiteiten nu geprojecteerd op het grote gebied onderwater in plaats van dat ene unieke stukje. Zo zijn er nooit significante effecten en kunnen zo goed als alle activiteiten doorgang vinden. Dat hoort niet.
Het zou volgens Fieten goed zijn om en extra beschermd leefgebied aan te wijzen voor de Waddenzee: het habitat riffen. Fieten: ‘Mossel- en oesterbanken kunnen riffen vormen. Dat is belangrijk voor het leefgebied, omdat ze door hun structuur de soortenrijkdom in hun omgeving kunnen verhogen. Als de riffen worden aangewezen als Natura 2000-gebied, krijgen ze meer bescherming. Allerlei soorten zullen daarvan profiteren en de biodiversiteit zal toenemen.’
Het is van belang om een goed overzicht op te stellen van de effecten van alle activiteiten in de Waddenzee, concludeert Fieten. De Waddenvereniging ziet hierin een onderstreping van het pleidooi dat zij al langere tijd voert voor zo’n overzicht in de vergunningverlening. Ester Kuppen van de Waddenvereniging: ‘Nu wordt elke activiteit nog apart beoordeeld, of hooguit samen met een paar andere. We willen juist weten wat het totale effect is op de waddennatuur.’


De Waddenvereniging gaat de aanbevelingen van de studie gebruiken bij de herziening van verschillende beleidsdocumenten voor de Waddenzee.

 

Download hier het rapport Natura 2000: kansen voor een betere bescherming van de onderwaternatuur in de Nederlandse Waddenzee .

 

Naar aanleiding van het rapport werd Nina Fieten geïnterviewd voor het WADDENmagazine.