FANØ 

Het verste Waddeneiland

In het meest noordelijkste puntje van de internationale Waddenzee ligt het Deense eiland Fanø. Van alle Waddeneilanden ligt dit eiland het verst weg van de Nederlandse Waddenzee. Journalist Marcus Werner bezocht Fanø en ziet auto’s rijden op het strand en een dode zeehond die niet wordt opgeruimd.

 

Kleurrijke huizen

De vorm van Fanø doet denken aan Terschelling, maar ongeveer halverwege gespiegeld: het grootste dorp ligt aan de noordkop van het eiland in plaats van aan het zuidelijke eind. De veerboot naar Fanø vaart vanuit olie- en offshore-industriehaven Esbjerg op het Deense vasteland, op maar 2,5 kilometer afstand. Net als bij de overtocht naar Terschelling meert de veerboot af aan een kade die als een stoep voor het hoofddorp Nordby ligt. Een pittoreske en opmerkelijk huiselijke sfeer heeft het dorp, met zijn kleurrijke lage pannen gedekte huizen, soms tegen elkaar schurkend en soms vrijstaand te midden van verbazend grote tuinen. Baksteenrood, okergeel en hemelsblauw zijn de strak gestucte huizenmuren, zoals wel vaker in Denemarken. In het heldere waddenlicht ogen de kleuren dieper.

 

Auto´s op het strand

‘100% rugbrød’, verkondigen panelen naast de achterwielen van de oranje huurfietsen. Niet energie uit fossiele brandstoffen of batterijen drijft de fietsen aan, maar uitsluitend die uit voedsel – en roggebrood, daar kunnen de Denen 

niet genoeg van krijgen. Algauw rijd ik Nordby aan de zuidkant uit. Fietsen op Fanø is goed vergelijkbaar met fietsen op een Nederlands Waddeneiland zoals Texel. Een prima fietspad loopt op met een tweebaansweg die door de polder kronkelt. Op het Noordzeestrand, waar het laagwater is, kun je op het vlakke en harde zand met gemak een flinke afstand in de lengterichting van het eiland fietsen. Andere fietsers zijn er ook, en uitwaaiende wandelaars. Een vreemd gezicht vormen particuliere auto’s die over het strand rijden. Een handvol drieteenstrandlopers trippelt langs de waterlijn en een eenzame bonte kraai scharrelt aan de voet van de voor Nederlandse begrippen lage duinenrij. Verder is er weinig vogelleven, maar dat zal aan het seizoen liggen. Een kadaver van een gewone zeehond ligt in een strandkreek verder te ontbinden.

 

Brede kwelder

Aan een inham van de Waddenzee ten zuiden van Nordby valt op hoe breed de kwelder hier is. Tapijten dor Engels slijkgras op het drooggevallen wad verraden dat de kwelder verder zal aangroeien doordat de planten neerslaand slib vasthouden. Het slikkerige wad is getekend door de kenmerkende vlekkenpatronen veroorzaakt door kiezelwieren. Alleen verder het wad op, bij de donkere silhouetten van drooggevallen mosselbanken, zijn vogels te zien – waarschijnlijk scholeksters. Mensen ontbreken, maar dat zal in het zomerseizoen wel anders zijn, getuige het luxueus aandoende houten chalet aan de achterrand van de kwelder waar ik even pauzeer. Zulke ‘zomerhuisjes’ zijn in Denemarken immens populair: stadsbewoners grijpen elke korte of langere vakantie aan om met familie naar hun zomerhuisje te gaan.

 

Kentering in natuur denken

‘Vijfentwintig jaar geleden zag je in het Deense waddengebied naast lokale bewoners alleen mensen in groene jassen met verrekijkers. Bijna niemand kende de Waddenzee’, vertelt Marco Brodde. ‘Dat is nu radicaal veranderd’. Brodde, opgeleid als leraar en een blauwe maandag radiojournalist, woont sinds 2005 op Fanø. Hij is bij de gemeente in dienst als natuureducator en natuurgids en daarnaast is hij als vrijwilliger afgevaardigde Natuur van het Deense Nationale Park Waddenzee bij de Trilaterale Waddenzeesamenwerking van Nederland, Duitsland en Denemarken. 

 

'De duinen van Fano vertegenwoordigen een grote natuurwaarde' 


Brodde schetst de kentering in het Deense natuurdenken: ‘Niet per se natuurbewuste mensen gingen de Waddeneilanden bezoeken omdat je er zeehonden kon zien.’ Denemarken wilde destijds een betere natuurbescherming invoeren. Volgens de gedachte dat meer kennis van de natuur de acceptatie van natuurbeschermingswetten en -regels zou bevorderen, werden van overheidswege natuureducatoren aangesteld en opgeleid. Het wierp zijn vruchten af. Mensen als Brodde brachten toeristen naar plekken met spectaculaire natuur zoals zeehonden en vertelden daarbij ook over meer bescheiden planten- en diersoorten en de samenhang daarvan in het ecosysteem. Het bredere natuurverhaal werd met enthousiasme ontvangen.

 

Dunbevolkt land

‘Kopenhagen’ zette in de jaren negentig van de vorige eeuw vrijwel eenzijdig een streep door alle sleepnettenvisserij, jacht en de meeste mosselvisserij in de Waddenzee. Zoiets kon nu eenmaal in Denemarken, omdat in het relatief dunbevolkte land met veel kustlijn voor jagers en vissers nog uitwijkmogelijkheden zijn. Het leidde tot veel wantrouwen onder de plaatselijke bevolking, vertelt Brodde vanuit zijn rol als pleitbezorger voor de natuur in het nationaal park. ‘De basishouding werd ‘nee’ zeggen tegen verdere natuurplannen.’

 

De instelling van het nationaal park in 2010 heeft volgens Brodde verbeteringen ingeluid. Zo komen natuurbeschermers en lokale bewoners steeds meer tot elkaar. ‘Het helpt dat via de overlegstructuren bijvoorbeeld boeren meer toegang krijgen tot subsidies en compensatiegelden.’ De Denen etaleren een vrij pragmatische benadering van natuur. Met auto’s op het Fanøse strand rijden mag eigenlijk niet, maar wordt oogluikend toegestaan omdat anders parkeerplaatsen nodig zouden zijn in de duinen, en die vertegenwoordigen een grotere natuurwaarde. Behalve wanneer er virusziekten van de dieren rondwaren, worden gestorven zeehonden niet opgeruimd: ze zijn voedsel voor aaseters en brengen voedingsstoffen terug in de kringloop.

 

Drukke zomers

Fanø is met een forse bezoekersdruk - de bevolking vertienvoudigt er in de zomermaanden - geen uitzondering in de internationale Waddenzee. Hoewel het eiland een diverse en levensvatbare gemeenschap kent, met dank aan de nabijheid van Esbjerg, waar veel eilandbewoners werk hebben, zal toerisme wel de motor van de economie moeten blijven, schat Brodde. Nu de bewustwording over natuur goed op gang is gekomen, is het tijd om concrete stappen te zetten, vindt hij. ‘Zoals het terugdringen van de intensivering van de landbouw en het kenteren van de achteruitgang van broedvogels op Fanø.’ Fanø heeft de hoogste score van Denemarken op een natuurwaarde-index van de universiteit van Aarhus uit 2021. Bijzondere, in Nederland zeldzame vogelsoorten: beflijster, strandplevier, steppenkiekendief.

 

Ecologische boodschap

Renate de Backere, medewerker Werelderfgoededucatie van de Waddenvereniging, bezocht onlangs Fanø als onderdeel van een workshop van de International Wadden Sea School (IWSS). De Duitse, Deense en Nederlandse deelnemers maakten tekeningen van eilandlandschappen. Die werden vergeleken met oude schilderijen, om de veranderingen in het landschap onder invloed van de mens te tonen. De Backere: ‘Het laat zien dat in Denemarken de cultuurhistorie belangrijk wordt gevonden.’ Over de natuur: ‘Je ervaart dezelfde weidsheid als in ons waddengebied, en het ritme van het getij waar ik zo van houd. Hetzelfde water overspoelt de stenen van de dijk, je herkent de geur.’

 

De faciliteiten voor natuureducatie in het Deense waddengebied vindt de Backere goed georganiseerd. Er is een Werelderfgoedcentrum met een indrukwekkende ecologische architectuur bij de stad Ribe op het vasteland en een goed natuurmuseum op Fanø. Op de financiering leek niet te zijn beknibbeld: ‘In Nederland moet doorgaans geld uit fondsen bij elkaar worden gesprokkeld.’ De samenwerking met de Deense en ook Duitse collega’s ervaart de Backere als prettig en opbouwend voor de bescherming van de internationale Waddenzee: ‘Iedereen draagt dezelfde brede ecologische boodschap uit.’

 

Fanø in cijfers

  • Oppervlakte eiland: 56 km2
  • Lengte eiland: 16 km
  • Breedte eiland: 5,2 km
  • Aantal inwoners: circa 3427
  • Aantal bezoekers: circa 30.000
  • Afstand vanaf Schiermonnikoog (hemelsbreed): 329 km
  • Reistijd veerboot vanaf Esbjerg: 12 minuten

Uit het WADDEN magazine

Dit artikel is verschenen in het WADDEN magazine van september 2022. Tekst Marcus Werner. Foto’s Marco Brodde en Marcus Werner. Wil je het magazine ook ontvangen? Word lid van de Waddenvereniging vanaf €27,- per jaar, steun ons werk en ontvang het magazine 4x per jaar in de (digitale) brievenbus.