Fietsen over het traag glooiende Wieringen

Wadden Foodroutes

Het golvend groene Wieringen is ideaal voor een voorzomers fietstochtje. Met onderweg genoeg redenen om te stoppen. Voor een visje, een ijsje, een bloemetje uit de pluktuin of voor 'brood op de plank' bij Jan Lont.


Vroeg uit de veren

Elke zaterdagochtend tussen half negen en twaalf staan de deuren van de visafslag op de kade van Den Oever wijd open voor de ZeeVerse Vismarkt. Alleen storm kan deze wetmatigheid doorbreken. Bij serieuze wind blijven de kotters - Den Oever heeft er veertig - binnen, en geen aanvoer betekent geen verkoop. Deze zaterdag is er niets aan de hand en stroomt de hal al vroeg vol. Gisteren liepen de schepen binnen, nu liggen de tafels vol kabeljauw, tong, schar, schol, zeebaars en zeeduivel.

 

'In deze tijd van het jaar is de Noordzeevis op zijn top', zegt marktmeester Janjaap Kuijn. Behalve vis wordt er in de kramen knoflook uit de Wieringermeer aangeboden, er is kaas van de Dijkgatshoeve, er zijn groenten, wijnen en verschillende waddendelicatessen.

 

Dijken van wier

Voorzichtig maar vastberaden golft het groene Wieringen over de keileemruggen die de gletsjers van de voorlaatste ijstijd achterlieten. Het is mooi fietsen over het traag glooiende land, over smalle weggetjes waar dichte bomenrijen en hoge meidoornheggen de fietser uit de wind houden. Op het schelpeneilandje in de buitendijkse Kleiput Vatrop broedt een kolonie kluten. Scholeksters en bergeenden scharrelen eromheen. Het zicht over de Waddenzee reikt tot aan de horizon, het geluid van de hoorn van de Texel-boot komt over het water aangedreven. Het waddengevoel is compleet.

 

Tot 1930 was Wieringen een eiland, logisch dat vis er altijd een belangrijke rol heeft gespeeld. Naast vis visten de Wieringers ook eeuwenlang naar zeegras - in de volksmond 'wier' genoemd. Grote delen van de bodem van Waddenzee en noordelijke Zuiderzee waren bedekt met deze groene plant, die de gunstige eigenschap heeft om onder druk te veranderen in een compacte massa. Het wier werd gebruikt om matrassen en kussens mee te vullen, lekkages aan boord van walvisvaarders te stoppen en om dijken mee te bouwen. Samengeperst wier tussen palenrijen bleek de zee beter tegen te houden dan aarden wallen. Wierdijken kwamen in heel Nederland voor. Bij de reconstructie van een wierdijk aan de Burgerweg onder Hippolytushoef is te zien hoe vernuftig deze dijken werden aangelegd.

 

Krabbenscharen

Door een combinatie van factoren (een aantal slechte zomers op rij, een wierziekte, de aanleg van de Afsluitdijk) verdween het zeegras. De Wieringers waren weer meer op de visserij aangewezen. Maar ook die werd minder. Tegelijkertijd groeide het toerisme. Coen de Groot van De Groot Recreatie vaart dagelijks de haven van Den Oever uit met toeristen aan dek. Aan boord van de WR 117 vist hij met zijn gasten op garnalen. Met groot enthousiasme leggen Coen en scheepsmaat Brent Helder uit dat de gevangen zeenaald familie is van het zeepaardje en dat schol en bot ook voor ervaren vissers vaak moeilijk uit elkaar te houden zijn (tip: als je van staart naar kop over de rug wrijft, voelt de schol glad aan en de bot ruw). En die krab die twee stompjes heeft op de plaats waar scharen zouden moeten zitten? Twee Zwitserse zusjes maken zich ernstig zorgen over dit gemankeerde beestje. 'Niet nodig', weet De Groot. 'Die scharen zijn waarschijnlijk door een meeuw afgevreten, maar ze groeien gewoon weer aan.'

 

Als de bijvangst terug is gezet en de gasten de net gevangen garnalen proeven, verklaart De Groot de iets zoetige smaak. 'Het is laagwater en de spuisluizen naar het IJsselmeer staan open. Het water waar deze garnalen net nog in zwommen was zout waddenwater gemengd met zoet IJsselmeerwater. Dat proef je meteen.'

 

Koeien als verwarming

Aan weerszijden van de idyllische Stroeërweg staan kleine en grotere boerderijen, tussen het vele groen door is aan de noordkant de waddendijk te zien. In het Wieringer Eilandmuseum Jan Lont valt het boeren- en vissersleven te beleven uit de tijd dat het IJsselmeer nog Zuiderzee heette. Jan Lont was een 'kleine' boer, tevreden met zes koeien en twintig schapen op zijn traditionele Wieringer boerderij. Zijn motto luidde: 'weggooien kan altijd nog.' Al voor zijn dood, in 1997, was zijn boerderij/woonhuis een museum. 'Daar was hij trots op', vertelt André Lont van het museum - 'nee, geen familie, de naam Lont komt veel voor op Wieringen, net als Rotgans.' Lont toont de woonkamer van Jan. 'In de hoek stond het vee, aan het raam achter de geraniums zat Jan aan tafel. De koeien waren zijn verwarming.'

 

Op de bovenverdieping toont de permanente expositie Brood op de plank hoe hard de eilanders moesten werken om hun magen te vullen. Om de karige opbrengsten van het land aan te vullen, vingen ze ganzen en goudplevieren en raapten ze eieren. En natuurlijk had de vrijgezelle Jan, net als ieder eilander gezin, ook een moestuin voor eigen gebruik. Nu groeien er opnieuw Wieringer boontjes en andere vergeten groenten op zijn erf. Achter de moestuin met de groenten van weleer staat een gloednieuwe star barn, een plek om de duisternis te beleven, want er zijn maar weinig plaatsen in Nederland waar het zo donker is als hier. Weer of geen weer, storm of geen storm, de star barn is vierentwintig uur per dag open.

 

Fiets zelf deze foodroute

Startpunt van fietsroute De Kroon is bij het Wieringer Eilandmuseum Jan Lont in  Hippolytushoef. Er is een korte route van 20 km en een langere met een afstand van zo’n 50 km. Klik hier voor een beschrijving van de route en meer informatie over de adressen en activiteiten. Wieringer Eilandmuseum Jan Lont heeft door het jaar heen veel activiteiten; van Ambachten- en Taandagen tot Fruitoogstfeest en workshops Visleer maken. Tot en met 10 juli loopt de tentoonstelling Leer van vis.

 

 

Uit het WADDEN magazine

Dit artikel is verschenen in het WADDEN magazine van juni 2022. Teksten en foto’s door Annemarie Bergfeld. Wil je het magazine ook ontvangen? Word lid van de Waddenvereniging vanaf €27,- per jaar, steun ons werk en ontvang het magazine 4x per jaar in de (digitale) brievenbus.