Scholeksters passen zich een beetje aan

donderdag 11 juli 2019

Door: Cora de Leeuw

 

Doordat het klimaat op aarde verandert, stijgt de zeespiegel van de Waddenzee en zijn er meer zomerstormen, waardoor nesten van broedvogels op de lage kwelder vaker wegspoelen. Reeds gevestigde scholeksters zijn niet hoger gaan broeden, maar nieuwkomers zoeken het hoger op.

 

Klimaatveranderingen

Het is al jaren duidelijk dat het klimaat op aarde verandert. De temperatuur loopt op en neerslag en stormen komen in extremere vorm voor, zelfs of juist ook in de zomer. Ook in Nederland en in het Waddengebied is dat zo. Uit metingen blijkt dat de laatste decennia de zeespiegel hier gemiddeld 3 mm per jaar stijgt (in de eeuwen daarvoor was dat 1 mm), de gemiddelde hoogwaterwaterstand met 4 mm per jaar en de maximale hoogwaterstand in de zomerperiode zelfs met 8 mm per jaar. Kwelders overstromen daarom vaker, maar ze slibben ook meer op. Deze opslibbing kan de bodemdaling of zeespiegelstijging niet overal bijhouden. Sinds begin jaren '90 is de kans op catastrofale overstromingen van vogelbroedplaatsen op de kwelders verdrievoudigd. De vraag is of kustbroedvogels - en zeker de soorten waarvan de aantallen achteruit gaan, zoals de Scholekster - zich kunnen aanpassen aan deze veranderende omstandigheden (zie ook WadWeten 11-02-2011: Zoekt de scholekster het hogerop?).

 

Scholeksters

De Scholekster (Haematopus ostralegus) komt in heel Nederland voor. De hoogste dichtheden zijn langs de Nederlandse kust en in het bijzonder in het Waddengebied, omdat scholeksters daar zowel broeden als overwinteren. Sinds 1985 nemen hun aantallen af, voornamelijk door voedselgebrek langs de kust, intensivering van de landbouw in het binnenland en een toename in het overstromingsrisico. De Scholekster heeft één broedsel per jaar, legt 3-4 eieren, broedt 24-27 dagen en voedt de jongen nog lang daarna. Broedende scholeksters blijken ruim tachtig procent van hun tijd in hun broedterritorium door te brengen. De rest van de tijd zijn ze op pad om voedsel te verzamelen (lees ook WadWeten van 1 april 2011).

 

Onderzoek

Scholeksters leven lang en zijn zeer honk- en paarvast. Ze maken bij voorkeur elk jaar in hetzelfde territorium en vrijwel op dezelfde plaats hun nest. Scholeksters broeden het liefst op de lage kwelder, vlak bij hun voedselgebied: het wad. Steeds meer nesten gaan verloren door het extremere weer met de verhoogde waterstanden. Een groep onderzoekers heeft daarom onderzocht of scholeksters zich hieraan aanpassen door in de loop van hun leven een ander (hoger liggend) broedhabitat te kiezen. Ze blijken echter zeer territorium-trouw. Nieuwe soortgenoten binnen de populatie bezetten vaak hoger op de kwelder een nieuw territorium.

 

Habitatselectie

De studie is gebaseerd op gegevens uit een 32-jarig onderzoek naar het gedrag van scholeksters binnen eenzelfde populatie op Schiermonnikoog. Hieruit bleek dat in de loop van de tijd de gemiddelde hoogte van de locatie van de nesten van de scholeksters jaarlijks ongeveer 5 mm is toegenomen. Dit kwam echter niet doordat individuele scholeksters in de loop van de tijd hun territorium verlegden naar hogere plaatsen, maar door een verandering in de samenstelling van de populatie. Broeders van laaggelegen nesten verdwenen uit de populatie en nieuwkomers gingen op hogere plaatsen broeden. Deze keus was vooral gebaseerd op hun voorkeur voor een plek waar de dichtheid van soortgenoten hoog was en het aantal groot geworden jongen het hoogst. Dit suggereert dat habitatselectie een mechanisme kan zijn van soorten om zich aan te passen aan extreme klimatologische omstandigheden. Voor de scholeksters op Schiermonnikoog lijkt deze aanpassing echter niet voldoende, omdat 5 mm per jaar onvoldoende is om een verhoging van de maximale hoogwaterstand van 8 mm per jaar te compenseren.



Toelichting: Hoogte van het nest van scholeksters in de periode 1995-2015 in een populatie op Schiermonnikoog. Bron: Bailey et al, 2019.

 

Bronnen:



Artikel WadWeten

Het tweewekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230).
Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid (ISBN 9789087410322). Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden.

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging