Een exoot onder de loep

donderdag 16 april 2020

Door: Cora de Leeuw

Op Terschelling wordt met man en macht gewerkt aan de bestrijding van een invasieve plantensoort, de vijverplant Watercrassula. Deze plant kan onder bepaalde omstandigheden door inheemse soorten in toom worden gehouden. Dit is echter een onvoorspelbare strijd.

 

Watercrassula

Watercrassula (Crassula Helmsii) is een meerjarige vetplant, die elk jaar bloeit met kleine,  witte bloemetjes. De plant kan onder water meer dan een meter lang worden en een dicht wortelstelsel krijgen. In ondiep water gaan de stengels vertakken en vormen de planten een dikke mat. Op oevers heeft de plant veel bladeren en een compacte groeivorm en kan ook een dikke mat vormen. Deze laatste vorm komt het meeste voor. Watercrassula is niet kieskeurig in grondsoort en waterkwaliteit. De plant blijft in de winter groen en ook doorgroeien. De soort plant zich voort door zaden, maar ook vegetatief: afgebroken stukjes plant kunnen weer uitgroeien tot een nieuwe plant. Door al deze eigenschappen is het een sterke concurrent ten opzichte van andere plantensoorten. Onder de dichte matten van  Watercrassula is het vaak zuurstofloos, wat nadelig is voor het waterleven. Ook kan de plant watergangen laten verstoppen en de toegang voor boten belemmeren.

 

In Nederland

Watercrassula komt van oorsprong uit Australië en Nieuw-Zeeland. De soort komt nu echter ook in Amerika en Europa voor, omdat ze lange tijd als vijverplant werd verkocht. Inmiddels is dat verboden, omdat Watercrassula inheemse planten overwoekert en laat verdwijnen. Sinds 1995 komt Watercrassula ook in Nederlandse natuurgebieden voor. De verspreiding naar nieuwe gebieden gaat heel makkelijk, doordat zaden en plantendelen meegenomen worden via de poten van watervogels, schoenen van mensen of door maaimachines. Ook kunnen zaden en plantendelen als ze worden gegeten door ganzen, de weg door het spijsverteringskanaal overleven en weer uitgroeien vanuit de keutels. Foto: Cora de Leeuw.

 

Op Terschelling

Sinds enkele jaren komt Watercrassula ook voor op Terschelling in een aantal vochtige duinvalleien. Daar verdringt het de inheemse en beschermde soorten, zoals Oeverkruid, Dwergvlas en Ronde zonnedauw. Ook is het een belemmering voor het voorkomen van de Rugstreeppad en diverse libellen. Omdat de aangetaste gebieden Natura2000-gebied zijn, wordt de Watercrassula vanaf het begin bestreden. Op het vasteland is veel ervaring opgedaan met het afgraven, afdekken, droogleggen, maaien en laten opeten (door Graskarpers) van Watercrassula, maar vrijwel niets helpt afdoende. Op Terschelling is het verwijderen in een aantal valleien gelukt; de laatste grote plek waar de soort nog voorkomt wordt momenteel aangepakt. In mei/juni, als de waterstand lager is, zal blijken of alle gebieden Watercrassula vrij zijn. Foto: Remi Hougee.

 

Mee leren leven?

Als het verwijderen van Watercrassula geen optie meer is, gaat plan B in werking treden: leren leven met de aanwezigheid van deze plantensoort. Onderzoek van Stichting Bargerveen heeft uitgewezen dat Watercrassula onder voedselarme omstandigheden en bij een juiste waterstandsfluctuatie toch gevoelig is voor bepaalde concurrenten en zeker de inheemse soorten Oeverkruid en Moerashertshooi. Oeverkruid heeft een groot wortelstelsel, dus kan goed concurreren om voedingsstoffen. Moerashertshooi heeft lange stengels en een bedekkende groei, dus kan concurreren om licht. Deze laatste soort komt niet voor op Terschelling, maar Oeverkruid wel. In de valleien die waren aangetast door Watercrassula was ook Oeverkruid aanwezig. De concurrentiekracht was echter niet groot genoeg vanwege de vele open plekken op de bodem. In de valleien die nu worden bestreden worden tevens de inheemse soorten, waaronder Oeverkruid, gestimuleerd. De tijd zal leren of de werkzaamheden afdoende hebben gewerkt en de inheemse soorten de Watercrassula in toom houden.

 

Bronnen:





Artikel WadWeten

In de serie WadWeten artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, geologie en cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van de Waddenacademie en de Waddenvereniging. Wilt u op de hoogte blijven? Schrijf u dan in voor het maandelijkse WADDEN nieuws of houdt deze pagina regelmatig in de gaten.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230).
Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid (ISBN 9789087410322). Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden.

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging