Muiltje voorkomt voetinfectie bij mossel

vrijdag 13 november 2009

Door Tim van Oijen

De exotische schelpdiersoorten muiltje en Japanse oester verdringen in het Waddengebied inheemse oesters en mosselen. Toch zit er voor de mosselen een voordeeltje aan de aanwezigheid van deze exoten. Deense en Duitse wetenschappers hebben namelijk aangetoond dat ze gastheer kunnen zijn van larven van zuigwormen die normaal parasiteren op mosselen. Hierdoor hebben de mosselen minder last van voetinfecties.

In de Waddenzee komen steeds meer exoten voor. Deze veranderen het ecosysteem op verschillende manieren. Enerzijds zijn ze een verrijking, anderzijds een bedreiging. Oesterbanken vormen nieuwe structuren die bijdragen aan de stabiliteit van wadplaten en de toename in biodiversiteit. Aan de andere kant concurreren ze met inheemse soorten om plek en om voedsel en kunnen ze de structuur van de bodem veranderen. Verder dragen geïntroduceerde soorten vaak parasieten met zich mee. Die kunnen ziektes verwekken bij inheemse organismen. Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat exoten ook bestaande relaties tussen een inheemse soort en diens parasitaire bewoners kunnen beïnvloeden.

Voetinfectie

Mosselen in het Waddengebied hebben veel last van de larven van zogeheten trematoden, zuigwormen. De belangrijkste soort draagt de Latijnse naam Himasthla elongata. Deze parasiet heeft een ingewikkelde levenscyclus met diverse stadia. Als eerste gastheer infecteren ze alikruiken. Een volgend stadium verlaat dit weekdier en gaat via de instroomopening in de mantel van mosselen zitten. Van daar uit infecteren ze de voet van de mossel. Vogels die de mosselen eten zijn de eindgastheer. Daarin ontwikkelen zich de wormen. Het muiltje (afbeelding 1) en de Japanse oester (afbeelding 2), beiden exoten, filtreren net als de mossel hun voedsel uit het water. Uit recent onderzoek blijkt dat deze exoten het voorkomen van parasieten in mosselen mogelijk verminderen.


Parasieten tellen

Deense en Duitse wetenschappers onderzochten met experimenten in een soort aquariumbakken wat er gebeurt als je muiltjes of Japanse oesters naast mosselen plaatst. Na een paar dagen werden de mossels opengemaakt en werd het aantal parasieten onder microscoop geteld. Dat aantal bleek maar liefst zestig procent lager te kunnen zijn dan wanneer de exoten niet aan de bakken werden toegevoegd. Hoe meer muiltjes of Japanse oesters er bij de mosselen werden geplaatst, hoe lager het aantal parasieten in de mosselen zelf was. Een kanttekening bij deze resultaten is dat ook wanneer er extra mosselen bij de mosselen werden gezet, de infectiegraad lager werd.

Het is niet zomaar gezegd dat de ervaringen van de experimenten in de bakken zich rechtstreeks laten vertalen naar het Wad. De onderzoekers deden daarom een aanvullend experiment met kunstmatige oesterbedden op het Duitse Waddeneiland Sylt. Ze plaatsten zakjes met mosselen bij de oesters en, ter controle, ook op een zandige plek zonder oesters. Na een paar maanden zaten er in mosselen van de oesterrijke plek drie keer minder parasieten, wat dus de resultaten uit de eerdere proeven ondersteunde.

Explosief

De aantallen Japanse oesters en muiltjes zijn de afgelopen jaren explosief toegenomen. Ter illustratie: in 2001 zaten er bij de laagwaterlijn bij Sylt nog geen tweehonderd Japanse oesters per vierkante meter, en in 2007 al bijna tweeduizend. Ook het aantal muiltjes is in die tijd bijna vertienvoudigd. Het is mogelijk dat de veranderingen die dit heeft gegeven in de interacties tussen tussengastheren en parasieten ook een effect heeft op vogelpopulaties. Dit onderzoek illustreert maar weer eens hoe complex interacties in een voedselweb zijn, en hoe via allerlei onbevroede mechanismen de ene soort de andere kan beïnvloeden.

Bron: Thieltges, D.W., K. Reise, K. Prinz en K.T. Jensen (2009). Invaders interfere with native parasite-host interactions. Biol. Invasions 11: p. 1421-1429.

Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging