’t visschen der blomkes

vrijdag 22 januari 2010

Door Tim van Oijen

Tot aan de jaren zeventig van de vorige eeuw bestond er in het waddengebied een actieve visserij op zeemos, of “‘blomkes”, zoals de vissers ze noemden. Deze hydroidpoliepen werden gebruikt als decoratie in bloemstukken en op hoeden. Omdat de markt verslapte, stopte de vangst. Dat het aantal zeemosvelden sindsdien mogelijk toch is afgenomen, komt volgens wetenschappers door eutrofiëring en veranderde stromingspatronen.

Begin 1900 wordt in de Waddenzee de visserij op zogenaamde “bloempjes” gestart. Het betreft de visserij op de zeecypres of zeemos (Sertularia cupressina).

Uit het Nieuwsblad van Noord Oost Friesland van 22 juli 1908: “Men schrijft uit Zoutkamp: Een onzer schippers is thans bezig met voor onze visscherij iets nieuws. Zij gaan uit om \'bloempjes\' te visschen. Op den bodem der zee groeien plantjes, die schoongemaakt en gedroogd en daarna in de fabrieken geverfd, een sieraad vormen op de dameshoeden. Naar men zegt kan hier vrij wat mee verdiend worden.”

Zeemos is geen “bloempje” of plantje maar een hydroiedpoliep. Het diertje groeit in witte tot geelbruine kolonies die lijken op planten (afbeelding 1). Door de vissers werden ze daarom bloempjes, blomkes en ook boompjes genoemd. De kalkrijke kolonies kunnen enkele decimeters lang worden. Ze hechten zich aan schelpen, stenen en houten palen, op plaatsen waar de stroming niet al te sterk is. Aan het eind van de 19e eeuw was zeemos een populair versiersel op hoeden en in bloemstukken. Het werd in eerste instantie uit Engeland en Frankrijk geïmporteerd. Later startte Duitsland met de zeemosvisserij en vervolgens ook Nederland.

De visserij was in eerste instantie zeer lucratief. Op 15 augustus 1908 meldt de Leeuwarder Courant dat een ‘Wierumer visscher’ in paar dagen tijd maar liefst dertig gulden verdiend had. Halverwege de tweede helft van de 20e eeuw nam de belangstelling voor deze visserij weer snel af. Plastic werd een goedkoop alternatief voor het maken van versierselen en de markt stortte in.
Uit het Nieuwsblad van Noord Oost Friesland van 1 september 1909: “Naar wij vernemen komt het zeemos, waarnaar tegenwoordig door een 30-tal vaartuigen op het Wad gevischt wordt, niet overal even veelvuldig voor. Heeft men een vruchtbaar plekje gevonden, dan wordt dat door verschillende vaartuigen afgevischt. Doordat deze zich dan te dicht opeenhoopen ontstaan botsingen, die voor partijen min of meer schadelijk zijn. Zoo zeilde de visscher G.B. van Moddergat zijn collega K.V. aan, waardoor deze laatste zooveel averij beliep, dat hij voorloopig de visscherij moest staken. Voor eenigen tijd kwam dezelfde G.B. in aanraking met schipper J.V., waarbij deze zich ernstig aan de hand bezeerde. Tot nog toe laat het zich met dezen nieuwe tak van bedrijf zeer gunstig aanzien.”

De zeecypres komt in minder grote dichtheden voor dan vroeger. Mogelijk zou dit een gevolg geweest zijn van overbevissing. Volgens Duitse wetenschappers is dat onwaarschijnlijk. De zeecypres werd gevist met een tuig zonder net, dat voorzien was van een grondpees die gemaakt was van prikkeldraad. Er werd tegen de stroom in gevaren zodat de boompjes in het draad bleven haken. Deze vorm van visserij laat de kolonies grotendeels intact, waarbij afgebroken stukken bovendien snel kunnen herstellen. Ook de garnalenvisserij kan volgens de wetenschappers niet tot schade hebben geleid omdat een klossenpees over het zeemos heengaat zonder het te vangen.

De wetenschappers wijzen erop dat er nog steeds grote zeemosvelden in de Waddenzee te vinden zijn en vragen zich af of er überhaupt wel een daling in het aantal zeemosvelden is geweest. Als die er al was, dan moet die volgens hen zijn gekomen door toegenomen vertroebeling. Deze zou het gevolg kunnen zijn van eutrofiëring van het water, en lokaal ook veranderingen in stromingspatronen, bijvoorbeeld door de aanleg van een dam.
Overigens wordt gedroogd en geverfd zeemos nog steeds gebruikt: in aquaria of als miniatuurboompje in de modelbouw. Verder verkoopt een Nederlands bedrijf het nooit dorstige ‘Neptunusplantje’. Dit ‘blomke’ is de soort Sertularia argentea en wordt uit de Theems opgevist.

Bronnen


Wagler, H., R. Berghahn and R. Vorberg (2009). The fishery for whiteweed, Sertularia cupressina (Cnidaria, Hydrozoa), in the Wadden Sea, Germany: history and anthropogenic effects. ICES Journal of Marine Science, 66: 2116-2120.
Nieuwsblad van Noord Oost Friesland van 22-07-08, op nijsnet.nl.
Nieuwsblad van Noord Oost Friesland van 01-09-09, op nijsnet.nl.
Leeuwarder Courant van 15-08-08, op Friesland Zoals Het Was - Internetmagazine van Tresoar, aflevering 13.
The Neptune plant. http://www.bbc.co.uk/dna/h2g2/A38582247

Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging