De honkvaste lepelaar

donderdag 16 juni 2011

Door Romke Kats



Witte veren, zwarte stelten en een lange, platte, lepelvormige snavel. De laatste decennia broedt de lepelaar in steeds grotere aantallen in het waddengebied. Onderzoek op Schiermonnikoog laat zien dat lepelaars steeds terugkeren naar dezelfde voedselgebieden. Deze gebiedskennis wordt overgedragen op hun nakomelingen.


Onze lepelaar (Platalea leucorodia leucorodia) is een ondersoort die voorkomt voor in de kustgebieden van West-Europa. De populatie wordt geschat op tienduizend vogels. Ruim de helft hiervan verblijft in Nederland. Hierdoor zijn de waterrijke gebieden in Nederland van internationaal belang voor de soort. De lepelaar is een indicatorsoort voor Natura 2000 gebieden. Nederland is lange tijd de noordgrens van het verspreidingsgebied geweest. Recentelijk zijn ook kolonies ontstaan in Duitsland en Denemarken. Ieder jaar trekken de lepelaars naar het zuiden om te overwinteren langs de West-Afrikaanse kust, o.a. in Mauritanië.


Exodus naar de Waddenzee

Vroeger waren de broedkolonies in Nederland vrijwel alleen te vinden in moerasgebieden op het vasteland. Rond 1900 werd de populatie geschat op ongeveer 1000 paren. Door het overmatige gebruik van pesticiden in de jaren ’50 en ’60 daalde de broedpopulatie drastisch tot minder dan tweehonderd paren. Niet alleen de lepelaar, maar veel dieren en vogels ondergingen hetzelfde lot. Juist de dieren aan het einde van de voedselketen werden getroffen, zoals zeehonden, grote sterns, eidereenden en roofvogels. Gedurende de jaren ’70 en ’80 trad er langzaam herstel op; rond 1990 was het aantal paren lepelaars verdubbeld. In het waddengebied is de populatie vertienvoudigd gedurende de laatste 25 jaar en nog steeds worden hier nieuwe kolonies gevestigd. Dit jaar is op Schiermonnikoog een nieuwe kolonie ontdekt in de Westerplas.

 

De nesten worden op de grond gebouwd (zie foto 1). Dit kan ook, want vossen ontbreken op de eilanden. Op het vasteland veroorzaakte de vos een ware exodus van lepelaars. De kolonie in het Naardermeer is sinds 1988 verlaten. De Waddeneilanden werden massaal bezocht, en zijn nog steeds van groot belang voor de lepelaars. In 2010 was 70 % van de ruim 2300 broedparen in de Waddenzee te vinden. Tegenwoordig broeden lepelaars vooral in de duinvalleien en op de kwelders in het waddengebied. Lepelaars die laag op de kwelder broeden, zijn kwetsbaar voor overstromingen. Dit voorjaar gingen op Texel, Ameland, Griend en Schiermonnikoog (zie foto 2) tal van deze laaggelegen kolonies verloren . Door een kleine verhoging van de waterstand, in combinatie met hoge golven van soms wel 60 cm (harde wind), liepen delen van de kwelder onder. Dit is een voorbeeld van de toenemende extreme weersomstandigheden door de veranderingen in het klimaat (zie Wadweten 11 februari 2011 Hoger op de kwelder).

 

Eten met gebiedskennis

De lepelaar zoekt naar voedsel in ondiepe brakke, zoute en zoete wateren. Vooral kleine vis en garnalen staan op het menu. De snavel zit vol met gevoelige tastzintuigen. Door driftig met de snavel door het water te maaien, passeert het voedsel de twee snavelhelften. De lepelaar voelt wanneer er een visje of garnaaltje tussendoor glipt. Dan hapt hij, gooit hij de prooi op en slikt ’m door. Wanneer de jongen kunnen vliegen, gaan ze dagelijks met hun ouders mee uit eten. Onderzoek aan lepelaars op Schiermonnikoog laat zien dat elk individu zijn eigen voedselgebiedje heeft. Dit kan vlakbij de kolonie zijn, of ver weg tot een afstand van maximaal 40 km. De ene vogel gaat juist aan de randen van de geulen voedsel zoeken (zie foto 3), of op een ondiepe wadplaat. Andere vogels maken dagelijks de oversteek naar het Lauwersmeergebied om steeds in dezelfde sloot op stekelbaarsjes te jagen. Uit observaties aan gekleurringde vogels blijkt dat elke vogel steeds weer dezelfde plekken in het gebied bezoekt om naar voedsel te zoeken. Jongen uit hetzelfde gezin leren hoe ze juist op deze specifieke locaties zo succesvol mogelijk het voedsel te verzamelen. Opmerkelijk is dat deze jongen, als ze volwassen zijn, ook weer naar deze zelfde locaties teruggaan om met hun jongen voedsel te zoeken. De kennis van specifieke voedselgebieden lijkt dus te worden overgedragen van generatie op generatie.

 

Bron

Overdijk 2011. Ruimtelijk gebruik van de Waddenzee door gekleurringde lepelaars op Schiermonnikoog. Ongepubliceerde data.
Website van de werkgroep lepelaar. www.werkgroeplepelaar.nl

Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging