Klaar voor vertrek

vrijdag 11 mei 2012

Door Hans Revier

 

Deze weken verzamelen grote groepen rotganzen zich in het Nederlandse waddengebied. In de tweede of derde week van mei vertrekken ze, bij een gunstige windrichting, allemaal richting de broedgebieden in noordoost-Siberië. Onderzoek op het Siberische schiereiland Taymir toonde aan dat het voor de rotgans geen sinecure is om in het hoge noorden in twee maanden tijd een nest te bouwen, eieren te leggen, ze uit te broeden en de jongen groot te brengen.

 

Waddenganzen

De rotganzen zijn echte waddenganzen. In Nederland overwinteren drie ondersoorten die ook wel als soort worden beschouwd: de rotgans (Branta bernicla), de zwarte rotgans (Branta nigricans) en de witbuikrotgans (Branta hrota). De rotgans is in Nederland het meest algemeen. Hij broedt in Noord-Rusland en Noordoost-Siberië en overwintert vooral in het waddengebied en de Zeeuwse delta. De witbuikrotgans komt soms in grote groepen naar Nederland en broedt op Groenland en Siberië. De zwarte rotgans is een dwaalgast, die in Siberië, Alaska en Canada broedt. Rotganzen eten planten. Vroeger vooral het zeegras dat tot ongeveer 1935 op de ondiepe wadplaten in de westelijke Waddenzee groeide. In het gemeentewapen van het voormalige eiland Wieringen, dat vroeger door zeegrasvelden omgeven was, zien we dan ook twee rotganzen zwemmen. Nu vinden we de overwinterende rotganzen vooral op de kwelders en de weilanden aan de Waddenkust. Om mogelijke schade aan landbouwgewassen te voorkomen is op Texel, even ten zuiden van de Cocksdorp, een ganzenreservaat tot stand gebracht. Het gras dat in dit door Staatsbosbeheer beheerde gebied groeit, is speciaal voor de rotganzen bestemd.

 

Smakelijke hap

Het is van belang dat de ganzen tijdens de wintermaanden in het waddengebied voldoende vetreserves kunnen aanleggen om de 4500 kilometer lange trektocht naar het broedgebied te kunnen volbrengen. En dan moeten ze ook nog voldoende energie over hebben om een nest te bouwen en eieren te leggen. Als de ganzen in Siberië arriveren, is het broedgebied nog vaak bedekt met sneeuw en is er weinig voedsel te vinden. Maar het zijn niet alleen de weersomstandigheden die het bestaan van een rotgans zo moeilijk maken. Jonge rotganzen zijn een smakelijke hap voor poolvossen. Om aan deze roofdieren te ontsnappen, broeden de ganzen soms op een poolvossenvrij eilandje. Of ze zoeken een plek in de buurt van sneeuwuilen. Die houden de vossen op afstand, maar versmaden zelf ook niet een smakelijk rotganzenkuiken. Onderzoek van Nederlandse ganzenexperts op het Siberische schiereiland Taimyr in de jaren negentig toonde aan dat de lemmingenstand cruciaal is voor het broedsucces van de rotgans. Elke drie jaar piekte het aantal van deze kleine knaagdieren, hetgeen direct terug te zien is in het aantal grootgebrachte ganzenkuikens. Op jacht naar de lemmingen laten de poolvossen en sneeuwuilen de rotganzen met rust.

 

Lemmingen

Tijdens het pooljaar is in de zomer van 2008 opnieuw onderzoek gedaan naar de predator prooi relaties op de taiga van Taimyr. Men verwachtte in dat jaar weer een lemmingenexplosie. Maar in de laatste weken van de winter traden korte dooiperiodes op. Hierdoor liepen de holen onder de sneeuw, waar de lemmingen hun jongen groot brengen, vol dooiwater en vroren later weer dicht. Hierdoor vond massale sterfte onder de lemmingen plaats en gingen poolvossen en sneeuwuilen op zoek naar rotganzen. Ook omdat smeltwater nesten en gelegde eieren meesleurde was het broedsucces in het onderzoeksgebied bijna nihil. Over het algemeen nemen ganzenexperts aan dat de oorzaken voor de dalende trend in de populatie rotganzen gezocht moeten worden in deze, waaarschijnlijk door de klimaatverandering veroorzaakte, ontwikkelingen in de broedgebieden. Maar als de jonge rotganzen in de korte poolzomer kunnen opgroeien, arriveren ze in september weer in het waddengebied Ondanks alle gevaren is er wel een groot voordeel aan het broeden in een poolgebied. Omdat de zon niet ondergaat, zien de ganzen de roofdieren op de boomloze taiga al van verre aankomen.

 

Bronnen

Ebbinge, B.S. & Spaans, B. (2002) How do Brent Geese (Branta b. bernicla) cope with evil? Complex relationships between predators and prey. Journal für Ornithologie 143: 33-42 

 

Spaans B., van’t Hoff, C.A., van der Veer W. & Ebbinge B.S., 2007. The

significance of female body stores for egg laying and incubation in Darkbellied

Brent Geese Branta bernicla bernicla. Ardea 95(1): 3–15.

 

Internationaal pooljaar 2007. Lemmingen en broedende vogels. http://pooljaar.nl/siberie/

 

J.A. de Raad, Yu. L. Mazurov & B.S. Ebbinge (Eds.), 2011. Pristine wilderness of the Taimyr peninsula. 2008 expedition to the Pyasina Delta, Taimyr peninsula, Russian Federation. Alterra Report 2190 http://content.alterra.wur.nl/Webdocs/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport2190.pdf 



Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging