Texel aan de Vecht?

donderdag 24 januari 2013

door Gerbrand Gaaff

 

Soms stuit je op Internet als bij toeval op iets merkwaardigs. Via Google kwam ik terecht bij een oude kaart (klik op de kaarten voor een vergroting) in de familiekroniek van het Friese geslacht Holkema. Die kroniek gaat terug tot in de eerste eeuwen van het vorige millennium, toen de Holkema's de landheren waren over de veen- en kweldergebieden tussen Vlieland, Griend en Wieringen. De kaart die mijn aandacht trok gaat nog veel verder terug, dat is een reconstructie van noordwest-Nederland in de Romeinse tijd, met weelderige bossen in het gebied waar later de Zuiderzee zou liggen. Toen lag Texel, volgens de cartograaf, aan de Vecht.

 

Historische reconstructies

De Holkema-kroniek vermeldt niet wie de kaart heeft gemaakt. Wel bevatten de begeleidende teksten veel citaten uit de 'Croniqve van Frieslant' van de historicus Pier Winsemius, die rond 1620 doceerde aan de universiteit van Franeker. Wellicht dat de kaart ook uit het erfgoed van Winsemius komt.
Met de opkomst van de Verlichting bloeide de belangstelling voor de geschiedenis enorm op. De Holkema-kaart is dan ook niet de enige reconstructie van Romeins Friesland die bekend is uit de Gouden Eeuw. Ook cartografen als Buchelius en Ortelius maakten hun varianten. Allen baseerden zich op reisverslagen van landverkenners in Romeinse dienst.

 

De Rijn als einde van de wereld

Alle zeventiende-eeuwse reconstructies zijn bijzonder nauwkeurig wat betreft de loop van de Rijn en de ligging van de steden langs de rivier. Het meeste Rijnwater stroomde toen ter hoogte van het huidige Katwijk in zee, vandaar dat ook nederzettingen als Utrecht, Leiden en Alphen al in de kaart gezet konden worden. Die Rijn was de noordgrens van het Romeinse rijk. Ten noorden van de rivier strekte zich een voor Romeinen volstrekt oninteressant land met venen, meren en kwelders uit. Er groeiden geen druiven en marcherende soldaten zakten steeds weg in het moeras.
Er leefden wel mensen in dat zompige land. De Friezen hadden zich al eeuwenlang gespecialiseerd in het leven in het veen- en kweldergebied, met nederzettingen op natuurlijke hoogten of op terpen. Met name de jacht en de veehouderij waren bronnen van bestaan. Uit opgravingen van terpaarde uit de Romeinse tijd weten we dat er sprake is geweest van intensieve handelscontacten tussen Romeinen en Friezen. In ruil voor vlees en de huiden kregen de Friezen vooral Romeinse kostbaarheden.

 

De Flevorivier

Over de loop van de huidige IJssel zijn de zeventiende-eeuwse reconstructies minder eenduidig. In de meeste varianten takt de 'Flevum Fluvius' al in Batavia af van de Rijn, verbreedt zich tot het Flevomeer en stroomt daarna noordwaarts om in zee uit te monden bij het zeegat dat we nu nog steeds de Vlie noemen. Die aftakking van de Rijn was door mensenhanden bewerkstelligd: op Romeins gezag was er een verbinding gegraven tussen de Rijn en de Flevorivier. Dit kanaal staat bekend als  de Drususgracht. Deze gracht moest zonder twijfel de handelsroute tussen de Romeinse nederzettingen en het land van de Friezen te vergemakkelijken. Maar er zijn ook varianten die de Flevorivier in het verlengde van de Overijsselse Vecht tekenen en de IJssel los daarvan laten uitstromen in het Anegat, het zeegat tussen Texel en Eierland.

 

De Utrechtse Vecht

Voor de loop van de Utrechtse Vecht geeft vrijwel iedere zeventiende-eeuwse reconstructie een ander beeld. De Holkema-kaart is het meest extreem: daar loopt de Vecht helemaal door tot langs Texel om vlak voor de monding samen te vloeien met de Vlie. Andere kaarten laten de Vecht doodlopen in het Flevomeer en sommige kaarten laten de Vecht via het Flevomeer en het IJ doorstromen tot aan de IJmond.

 

Moderne reconstructies

Op basis van bodemkundig, archeologisch en paleobotanisch onderzoek zijn we nu in staat om heel andere reconstructies te maken van de landschappen in het verleden. In 2011 verscheen de 'Atlas van Nederland in het Holoceen', met een serie bijzonder fraai uitgevoerde kaarten van 9000 voor Christus tot nu. De kaart van 100 na Christus kan worden vergeleken met de zeventiende-eeuwse reconstructies. Wat dan meteen opvalt is dat het Flevomeer volgens de huidige inzichten veel groter is geweest dan men in de zeventiende eeuw dacht. Zowel de IJssel als de Utrechtse Vecht waterden er op af, en in het noorden vloeien twee grote geulen door het kwelderland naar de Vlie.

 

Geen Zuiderzee?

De IJmond blijkt in de Romeinse tijd vrijwel verland. Als dat niet zo was geweest, was een aanzienlijk deel van de Nederlandse geschiedenis anders verlopen. Immers, door het graven van de Drususgracht koos een deel van het Rijnwater koers naar het noorden. Het Flevomeer werd verder gevuld. Als het via de IJmond had kunnen afwateren waren de Friezen minder snel in de problemen gekomen. Maar nu het Rijnwater het Flevomeer groter en de veengebieden natter maakte, werd het leven in dit gebied steeds moeilijker. Halverwege de Middeleeuwen greep men in, men ging ontwateringssloten graven tussen de stroompjes en geulen in het moerasgebied. Dat hielp voor een tijdje, maar door de lagere grondwaterstand begon het veen te oxideren. Het maaiveld daalde, de zeespiegel steeg, en daardoor kon het moerasland ten prooi vallen aan de zee. In een reeks van stormvloeden werd het kwelder- en moerasland weggeslagen. Tenslotte beschrijven de  geschiedschrijvers in "het jaar 1400 zulk een groote storm, dat de gaten tusschen Texel en Wieringen zoo wijd werden, dat men dien tijd af Enkhuizen en Amsterdamn met groote schepen heeft kunnen bevaren, zijnde Dordrecht te voren de aanzienlijkste koopstad op zee." Kortom, de Zuiderzee was een definitief feit en de Noord-Hollandse steden konden dankzij de nieuwe vaarroutes aan hun opmars beginnen. Dit alles was waarschijnlijk anders gelopen als de IJmond nog open was geweest na het graven van de Drususgracht. Maar nee, het water van de Vecht stroomde in zeker zin echt langs Texel…

 

Bronnen:

De Holkema-kroniek http://www.holkema.net/
Reconstructie Menso Alting: http://www.geheugenvannederland.nl/?/zoom/index/&language=nl&i=http%3A%2F%2Fresolver.kb.nl%2Fresolve%3Furn%3Durn%3Agvn%3AFSM01%3AI-006%26count%3D7
Reconstructie Ortelius: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Ortelius_Belgii_Veteris_%281594%29.jpg
Croniqve van Frieslant, Pier Winsemius (digitaal doorbladeren) http://www2.tresoar.nl/digicollectie/object.php?object=266
Vos, P.C., J. Bazelmans, H.J.T. Weerts en M.J. van der Meulen (red), 2011: Atlas van Nederland in het Holoceen, Amsterdam.



Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging