Winters wadlopen

donderdag 31 januari 2013

Door Hans Revier

 

Tijdens de laatste vorstperiode was het weer mogelijk om een spectaculaire winterse wadlooptocht te maken over een met sneeuw en ijs bedekte Waddenzee. In de berucht strenge winter van 1929 maakten grote groepen mensen, al dan niet noodgedwongen, over een bevroren Waddenzee de oversteek naar Schiermonnikoog. Hiermee werd de kiem gelegd voor het moderne wadlopen.

 

Zeewandelaars

Uit de overlevering is bekend dat kustbewoners af en toe tijdens laag water het Wad verkenden. Soms maakte men ook een oversteek naar een eiland. Tijdens de berucht strenge winter van 1929 raakten de eilanden geïsoleerd. Maar de Waddenzee was met een dermate dikke ijslaag bedekt dat grote groepen mensen te voet het eiland of de vaste wal wisten te bereiken. Dit inspireerde een aantal Groninger boeren uit de omgeving van Hornhuizen om deze oversteek ook in de zomer te maken. De Leeuwarder Courant van 8 augustus 1929 wijdt daar een berichtje aan:
Gisteravond te ongeveer half vijf vertrok een gezelschap van twee dames en vijf heeren van Hornhuizen gelegen aan de noordkust van Friesland over wadden naar Schiermonnikoog. De wadden lagen geheel droog iets wat in jaren niet is gebeurd De zeven waaghalzen hadden het juiste oogenblik afgewacht om droogvoets en wandelend het eiland te bereiken De tocht liep uitstekend af en te acht uur arriveerden de “zeewandelaars” op het eiland toegejuicht door een
groot deel van de eilanders die het sportieve bezoek op hoogen prijs stellen.


In de dertiger jaren maakte deze groep nog een paar keer de tocht naar het eiland, maar over het algemeen beschouwde men in die tijd een wadlooptocht als onverantwoorde waaghalzerij. Zo probeerden arbeiders van de landaanwinningswerken een oversteek naar Rottum, die in 1939 in het kader van het lustrum van het Groninger studentencorps werd gemaakt, te verhinderen. Maar de drie man die uiteindelijk Rottum wisten bereikten en als ‘Israelieten van de Roode Zee’ door de strandvoogd van het eiland werden begroet, haalden ruimschoots de pers.

 

Pioniers

Toch zou het tot in de jaren zestig duren voordat het wadlopen zou uitgroeien tot een populaire bezigheid. Verschillende pioniers leggen daarvoor de bakermat. Zoals de Groninger boer Hylke Dijkstra die in de strenge winter van 1963 voor Dorpsbelangen Pieterburen een tocht over het ijs naar Schiermonnikoog leidt en in 1964 een oversteek tijdens de zomer. Of de Amelander dominee Dirk van Dijk die al in 1929, 1939 en 1947 tochten over het ijs maakt en in de zomer van 1957 de eerste wadlooptocht naar Ameland weet te volbrengen. Het zijn de studenten geografie Jaap Buwalda en Jan Abrahamse die over het algemeen worden aangemerkt als de grondleggers van het moderne wadlopen. Ze maken vele tochten en geven in het gehele land lezingen. Hierdoor groeit de publieke belangstelling en start Dorpsbelangen Pieterburen vanaf 1963 met het organiseren van tochten. In Friesland inspireert het pionierswerk van dominee Van Dijk tot de oprichting van de Fryske Waedrinner, een groep wadlopers die vooral Ameland en Engelsmanplaat belopen. In 1968 neemt de VVV West-Dongeradeel het initiatief om vanuit Wierum tochten naar de Engelsmanplaat en later naar Ameland te organiseren.

 

Verordening

In de zeventiger jaren Is het wadlopen zo populair geworden dat er regelmatig meerdere groepen van honderden wadlopers tegelijkertijd de oversteek naar Ameland, Schiermonnikoog of Rottum maken. Het gaat een paar keer bijna mis als groepen door snel opkomend water worden verrast. Om de veiligheid te waarborgen maken de verschillende wadlooporganisaties in 1972 een aantal afspraken over de groepsgrootte en de veiligheidseisen. In 1983 komt hier een provinciale wadloopverordening voor in de plaats, die in 1996 wordt herzien. Hierin staan afspraken over het aantal tochten, de momenten waarop kan worden gelopen en het maximaal aantal deelnemers aan wadlooptochten. In mei 2008 hebben de zeven wadlooporganisaties en de provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland een nieuw convenant getekend, waarin alle bestaande afspraken zijn bevestigd. In principe kunnen maximaal 50.000 mensen per jaar een wadlooptocht maken, maar in de praktijk schommelt het aantal rond de 30.000.


Bronnen:

Te voet naar Schiermonnikoog, Leeuwarder Courant, 8 augustus 1929. http://www.dekrantvantoen.nl/

Jan. A. Niemeijer, 1969. Wadlopen. Triangelreeks

Geschiedenis wadlopen:
www.wadlopen-in-friesland.nl/wadlopen/geschiedenis-wadlopen.html 
www.wadlopen-moddergat.nl/Geschiedenis/Geschiedenis-wadlopen.html

Hooiring, J., 2009. 45 jaar Fryske waedrinners en de geschiedenis van het wadlopen. Uitgave Fryske Waederinners

 



Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging