Exotische rotsbewoners

vrijdag 17 mei 2013

Door Hans Revier

 

Van nature bestaat de Waddenzee uit zachte structuren. Wadplaten en zandbanken die geleidelijk overgaan in kwelders en duinen vormen de habitat voor karakteristieke soorten als de kokkel, de wadpier en de mossel. Door de aanleg van harde structuren ten behoeve van de kustverdediging zijn nieuwe biotopen ontstaan waar nieuwe soorten zich vestigen. De blaasjeskrab en de penseelkrab zijn voorbeelden van exotische rotsbewoners die nu permanent in de Waddenzee voorkomen.



Slingerzakpijpen

Tijdens een inventarisatie in 2009 en 2010 in de Duitse en Nederlandse Waddenzee werd het voorkomen van 66 uitheemse soorten in de Waddenzee vastgesteld. Dit aantal is vergelijkbaar met andere kustgebieden in Europa. Met name de wereldwijde scheepvaart heeft tot gevolg dat soorten zich, in ballastwater of vastgegroeid aan de scheepshuid, over grote afstanden kunnen verplaatsen. Veel soorten vestigden zich permanent op harde structuren in de Waddenzee. Jachthavens, strekdammen, stortstenen en permanente meetpalen zijn locaties waar veel exoten kunnen worden aangetroffen. Op drijvende steigers van de jachthavens in de Nederlandse Waddenzee komen bijvoorbeeld de exotische gekleurde Japanse slingerzakpijp (Botrylloides schlosseri)  en de paarse slingerzakpijp (B. violaceus) voor. Minder opvallend zijn de penseelkrab (Hemigrapsus takanoi) en de blaasjeskrab (H. sanguineus). Deze van oorsprong op Aziatische rotskusten voorkomende krabbetjes hebben zich de laatste tien jaar op grote schaal in de Waddenzee verspreid.

 

Strandkrab

Beide krabbensoorten kunnen zich stevig vastklampen aan ruwe oppervlakten of zich verbergen in nauwe holtes. Waarschijnlijk zijn ze in Europese wateren terecht gekomen via de scheepvaart. Door zich te verstoppen in de lading, in ankerhuizen of meertrossen. De penseelkrab werd in 1994 voor het eerst aan de Atlantische kust van Frankrijk aangetroffen en bereikte in 2000 het Nederlandse deltagebied. Sinds 2006 komt de soort in de Waddenzee voor. De eerste waarnemingen van de blaasjeskrab in de Waddenzee stammen uit 2004. In 1999 werd de soort voor het eerst in Europa, Le Havre, gezien. Aangezien beide uitheemse soorten kunnen concurreren met de inheemse strandkrab (Carcinas maenas), die in grote dichtheden kan voorkomen op mosselbanken en in zeegrasvelden, is de interactie tussen deze drie soorten nader onderzocht.

 

 Stortstenen

Het onderzoek vond plaats op het Duitse wad bij het eiland Sylt. Bij inventarisaties rond het eiland werd de blaasjeskrab in dichtheden tot 100 per vierkante meter aangetroffen. De penseelkrab was minder talrijk: 18 per vierkante meter. De blaasjeskrab had een duidelijke voorkeur voor stortstenen. Dit werd bevestigd door veldexperimenten waarbij delen van het wad werden bedekt met stortstenen. Waar de blaasjeskrabben houden van onbeschut hard substraat, gaat de voorkeur van de penseelkrabben uit naar meer beschutte delen. Ook mossel- en oesterbedden zijn favoriete plekken van de penseelkrab. Waar hard substraat aanwezig is bleken beide krabbensoorten de inheemse strandkrabben te beconcurreren. Ze verjoegen met name de jonge exemplaren. Maar effecten op de grote populatie strandkrabben die ook in de zachtere delen van de Waddenzee voorkomen konden niet worden vastgesteld.

 

Kustverdediging

Het feit dat van nature slechts een algemene krabbensoort de Waddenzee bevolkte was vergeleken met andere kustregio’s ongewoon en waarschijnlijk te verklaren uit het gebrek aan hard substraat. Door het aanleggen van harde structuren voor bijvoorbeeld de kustverdediging was het slechts een kwestie van tijd voordat de krabbenfauna van de Waddenzee met twee soorten werd uitgebreid. De penseelkrab en de blaasjeskrab hebben zich nu permanent gevestigd en tot op heden zijn geen negatieve effecten op de ecologie van de Waddenzee vastgesteld. Het bestrijden van dergelijke exoten is weinig zinvol en het middel waarschijnlijk erger dan de kwaal. Wel kan bij de kustverdediging rekening worden gehouden met het feit dat harde structuren door uitheemse soorten gekoloniseerd kunnen worden. Door meer natuurlijke oplossingen voor de kustverdediging, bijvoorbeeld zandsuppleties, te kiezen en harde structuren met zand te bedekken kan de kans dat andere exotische soorten zich in de Waddenzee vestigen wel worden verkleind.

 

Bronnen

Buschbaum, C., Lackschewitz, D., & Reise, K. (2012). Nonnative macrobenthos in the Wadden Sea ecosystem. Ocean & Coastal Management, 68, 89-101.
http://www.waddenacademie.nl/fileadmin/inhoud/pdf/04-bibliotheek/Themanummer_OCMA/9_Nonnative_macrobenthos_in_the_Wadden_Sea_ecosystem_OCMA.pdf

Landschoff, J., Lackschewitz, D., Kesy, K., & Reise, K. (2013). Globalization pressure and habitat change: Pacific rocky shore crabs invade armored shorelines in the Atlantic Wadden Sea. Aquatic invasions, 8-1, 77-87
http://www.aquaticinvasions.net/2013/issue1.html

Meer informatie over in Nederland voorkomende krabben:
http://www.krabben.net/

Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging