Scholeksters leren oesters eten

donderdag 3 oktober 2013

door Hans Revier

  

Met enige zorg volgen ecologen de snelle opmars van de Japanse oester (Crassostrea gigas) in de Waddenzee. Als de ontstane oesterriffen de inheemse mosselbanken verdringen, zal de voedselsituatie voor mosseletende wadvogels als de scholekster verslechteren. Gelukkig lijken de oesteriffen nog plek aan mosselen te bieden. En Duits onderzoek laat zien dat scholeksters inmiddels hebben geleerd hoe je oesters moet eten.

 

Concurrentie

De opmars van de Japanse oester in de Waddenzee begint in 1983. Een aantal exemplaren is met een partijtje platte oesters meegekomen, waarmee op Texel experimenten worden uitgevoerd. Ze kunnen overleven in het warmere water van het bassin met koelwater van de toenmalige elektriciteitscentrale en verspreiden zich over de Nederlandse Waddenzee. Tegelijkertijd worden op het Duitse eiland Sylt Japanse oesters uit Schotse kwekerijen ingevoerd. Na het jaar 2000 vindt een ware explosie van de Japanse oester in de Waddenzee plaats. De oesters vormen uitgestrekte banken of riffen. In 2011 is ruim 1.000 hectare aan oesterbanken in de Nederlandse Waddenzee gevormd. In eerste instantie vinden onderzoekers deze ontwikkeling zorgwekkend omdat de oesterbanken concurreren met de inheemse mosselbanken. Bovendien achten ze de oesters ongeschikt als vogelvoedsel. Uit nadere inventarisaties is echter gebleken dat op de stevige ondergrond van de oesterbanken allerlei andere organismen, waaronder mosselen, zich vestigen (zie wadweten Meeliften met oesters). In 2007 hebben Duitse onderzoekers systematisch het foerageergedrag van wadvogels op oesterriffen in het Duitse waddengebied bestudeerd. De resultaten van dat onderzoek zijn recentelijk in het wetenschappelijk tijdschrift Estuarine, Coastal and Shelf Science gepubliceerd.

 

Scholeksters

Op het wad van Nedersaksen ten zuidoosten van het eiland Baltrum hebben de onderzoekers het eetgedrag op verschillende types oesterriffen bestudeerd van scholeksters, wulpen en zilvermeeuwen. De scholeksters blijken daar voornamelijk oesters te eten. Ze volgen de waterlijn, zoeken naar oesters die open staan en steken hun snavel tussen de schelphelften. Een andere methode is het pikken van een gat in een dun gedeelte van de schelp van een gesloten oester. Ze weten binnen 20 seconden een schelp te openen. De meeste oesters die verorberd worden zijn 4 tot 5 centimeter lang. Oesters die groter dan 7 centimeter zijn, laten de scholeksters liggen. Oesterriffen die voornamelijk bestaan uit oude uitgegroeide oesters -ze kunnen wel een lengte van 25 centimeter bereiken- zijn dan ook minder geschikt als voedselhabitat voor de scholeksters. Ook de mosselen die op deze riffen tussen de grote oesters voorkomen worden nauwelijks gegeten. Ze zijn veelal onbereikbaar voor de snavels van de scholeksters. De scholeksters zijn dus gebaat bij oesterriffen waar regelmatig nieuw oesterbroed valt dat kan uitgroeien tot de bij de scholekster favoriete maat oesters.

 

Wulpen

Ook wulpen profiteren van de oesterriffen. Met hun lange snavel fourageren ze op de strandkrabben die rondscharrelen op de oesterriffen. In mindere mate staan andere dieren die daar voorkomen op het menu van de wulp: garnalen, zeesterren en af en toe een zeeanemoon. Zilvermeeuwen lijken het door de vestiging van de oesterriffen wel moeilijker te krijgen. Mosselen, een favoriet hapje van de meeuwen zijn door de oesterriffen minder voorhanden of moeilijker bereikbaar. Ze eten daarom uitsluitend kleine krabbetjes of gaan over tot kleptoparasitair gedrag: ze pikken het oestervlees van een scholekster in, voordat die het naar binnen kan slokken.
De snelle invasie van de Waddenzee door de Japanse oester heeft tot gevolg gehad dat een nieuwe habitat, het oesterrif, ontstond. Maar de aanvankelijke vrees dat dit de voedselsituatie voor wadvogels zou verslechteren lijkt niet bewaarheid.    

  

Bronnen

Markert, A., et al. (2013). Habitat change by the formation of alien Crassostrea-reefs in the Wadden Sea and its role as feeding sites for waterbirds. Estuarine, Coastal and Shelf Science (2013), http://dx.doi.org/10.1016/j.ecss.2013.08.003 
Stralen, M. van, K. Troost & van Zweeden, C. (2012). Ontwikkeling van banken Japanse oesters (Crassostrea gigas) op droogvallende platen in de Waddenzee. Marinx-rapport 2012-101
http://www.rijkewaddenzee.nl/assets/pdf/dossiers/natuur-en-landschap/van%20Stralen%20Troost%20en%20van%20Zweeden%202012%20Ontwikkeling%20oesters%20Waddenzee%201999%20-%202011%20Marinx%20Imares.pdf

Cadée, G. C. (2008). Scholeksters en Japanse oesters. Natura 105.6 (2008): 7.

Dankers, N. M. A., Dijkman, E. M., Jong, M. D., Kort, G. D., & Meijboom, A. (2003). De verspreiding en uitbreiding van de Japanse Oester in de Nederlandse Waddenzee. Alterra-rapport 909. http://www.waddenzee.nl/fileadmin/content/Dossiers/Onderzoek_en_Monitoring/pdf/rapportJapanseOesters.pdf 

 

 

De foto in de header is van Henk Postma



Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging