Mieren en meeuwen

vrijdag 18 december 2015

Door Hans Revier

 

Meeuwensoorten die broeden op het Duitse vogeleiland Trischen hebben een opmerkelijke vijand: de rode steekmier (Myrmica rubra). Met name de pas uit het ei gekomen meeuwenkuikens hebben veel te verduren. In alle nesten waar veel van deze mieren voorkomen sterven onder invloed van de mierensteken de kuikens binnen 4 dagen. Het is onbekend of dit fenomeen zich ook voordoet in de broedkolonies in de Nederlandse Waddenzee.

 

Trischen

Het onbewoonde eilandje Trischen ligt in het zuiden van het waddengebied van Sleeswijk-Holstein, ten noorden van het Elbe-estuarium. Het is een echt vogeleiland. Bonte strandloper, kanoetstrandloper, drieteenstrandloper en zilverplevier komen in grote aantallen voor. Ongeveer 30% van de bergeendenpopulatie in het internationale waddengebied ruit en rust op het eiland.

Naast de vele steltlopers die het eiland gebruiken om hoog water af te wachten, zijn het vooral meeuwensoorten die op de duinen en in de kwelders broedkolonies vormen. De kolonies van de zilvermeeuw (1800 paar) en de kleine mantelmeeuw (1900 paar) zijn de grootste van de Duitse westkust. In de duinen en de hogere kwelders van het eiland zijn ook grote kolonies van de rode steekmier (Myrmica rubra) te vinden. Deze in Europa zeer algemene mierensoort is zeer agressief en kan pijnlijke steken veroorzaken. Onder de grond maakt deze mierensoort meer dan 100 nesten per 100 m2. Elk nest herbergt rond de 20.000 werkers en enkele honderden koninginnen.

 

Mierenschade

Uit de literatuur zijn verschillende gevallen bekend van mierensoorten die negatief van invloed zijn op grondbroedende vogelsoorten. Vooral op eilanden waar de mieren door menselijk handelen terecht kwamen, is onder de broedvogelpopulatie grote schade aangericht. Op Hawaï bleek dat het bestrijden van de ingevoerde mierensoort een positief effect had op het broedsucces van de daar voorkomende zeevogels. In 1938 was op het Duitse eilandje Amrum al waargenomen dat mieren meeuwenkuikens aanvielen. Nadere bestudering van meeuwennesten op Trischen leerde  dat ook daar mieren in de meeuwennesten te vinden waren. Tijdens de broedvogelmonitoring in 2013 is dit fenomeen nader bestudeerd en is geprobeerd vast te stellen of de mieren van invloed zijn op het broedsucces van de meeuwen.

 

Jonge kuikens

Elke 2-4 dagen werden 83 geselecteerde meeuwennesten, zowel van de zilvermeeuw (40) als de kleine mantelmeeuw (33), bezocht en grondig bekeken, van tien nesten bleef onbekend tot welke van de beide soorten de bewoners behoorden. De mierendichtheid in de buurt van deze nesten werd bepaald door met honing ingesmeerde kartonnetjes (10 cm2) naast de nesten te leggen. Het aantal mieren dat zich na vier uur op het karton bevond, werd gebruikt als maat voor de mierendichtheid. Vooral kuikens die net uit het ei waren gekropen werden het slachtoffer van de mieren. Ze komen vooral af op de eiwitten waarmee de nog natte kuikens zijn bedekt. De mieren staken vooral rond de cloaca, de ogen en de poten van de kuikens. Duidelijk was te zien dat de kuikens veel last hadden van de mierensteken en uiteindelijk in een soort apathie terecht kwamen. Ze waren te jong en te zwak om zich te bevrijden van de stekende insecten.

 

Broedsucces

Uit de studie op Trischen blijkt dat van de tien nesten waar een grote mierendichtheid voorkwam, geen van de kuikens overleefde. Binnen vier dagen waren de jonge kuikens gestorven. Of de aanvallen van de mieren van invloed zijn op het broedsucces van de meeuwensoorten is de vraag.  Ook andere factoren spelen daarbij een rol. Zo is de voedselsituatie voor de meeuwen matig en sterven jonge meeuwen vlak voor het vliegvlug worden van de honger. Toch blijkt uit de studie dat het verlies van 15% van de uitgebroede kuikens te wijten is aan de mieren. Voedselgebrek waardoor de kuikens al verzwakt waren, speelt waarschijnlijk geen rol, omdat de mieren de net uit het ei gekropen kuikens aanvallen. Omdat de rode steekmier ook op het Nederlandse vogeleiland Griend voorkomt, is te het niet uit te sluiten dat dit fenomeen zich ook voordoet in de broedkolonies aldaar, maar dat is niet bestudeerd.      

 

Bronnen

Baer, J. (2014). Native ant species Myrmica rubra affects Herring Gull Larus argentatus and Lesser Black-backed Gull L. fuscus chick survival at a North Sea island. Seabird 27 (2014): 87-97 

http://www.seabirdgroup.org.uk/journals/seabird_27/seabird-27-87.pdf

 

Website van het eiland Trischen: 

http://www.trischen.de/redaxo/index.php

De foto in de header is genomen door Henk Postma.



Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging