Duinbestuiving

donderdag 14 januari 2016

Door Tim van Oijen

De grijze duinen van Nederland vergrassen door de hoge stikstofdepositie. Overstuiving met zand kan het herstel van dit duintype, dat zich kenmerkt door een begroeiing met karakteristieke soorten voor arme duingronden, bevorderen. Op Ameland zijn kerven in voorduinen aangebracht om te kijken of dit het zandtransport naar de grijze duinen erachter vergrootte. Dat was het geval, maar in zo beperkte mate dat de wetenschappers adviseren om naar andere middelen te grijpen.

Vanaf de zee landinwaarts kom je in een duingebied verschillende duintypen tegen. Grenzend aan het strand liggen de voorduinen, met daar onmiddellijk achter de witte duinen. Deze duinen zijn het domein van slechts een paar pioniersoorten, zoals helmgras, die goed kunnen omgaan met de sterke overstuiving door zand. De verder van het strand liggende grijze duinen hebben een meer ontwikkelde vegetatie. Er groeien tientallen plantensoorten waaronder het karakteristieke hondskruid en wondklaver. Deze soorten gedijen goed in het relatief voedselarme zand. Ook zijn er vele mossoorten te vinden, zoals het sierlijk rendiermos. Het meest landinwaarts liggen de binnenduinen. In deze duinen treedt de meeste bodemvorming op waardoor ze voedselrijk zijn en vaak dicht begroeid met struweel of bos.

Door de grote hoeveelheden stikstof die vanuit de atmosfeer in de duinen neerslaan, wordt de bodem voedselrijker. De stikstofverbindingen zijn afkomstig van landbouw, verkeer en industrie. Door deze vermesting worden in de grijze duinen de karakteristieke soorten van deze armere duingronden door grassen verdrongen. Natuurbeheerders zoeken naar manieren om dit proces tegen te gaan. Een mogelijkheid is het aanbrengen van inkepingen in de voorduinen. Dit zou kunnen leiden tot sterkere verplaatsing van zand naar het achterliggende duingebied, wat de grond weer zou verarmen. Onderzoekers van de Universiteit Wageningen, Alterra en Natuurcentrum Ameland hebben de proef op de som genomen.

 

Kerven

Eind 2011 zijn drie kerven aangebracht in voorduinen langs het Noordzeestrand van Ameland: twee kleinere en een grote. Tot eind 2014 werd gevolgd hoe zand zich via de kerven naar de achterliggende duinen verspreidde en hoe de vegetatie hier op reageerde. Op verschillende afstanden achter elke kerf plaatste men sedimentvallen, werd de bodem bemonsterd en de vegetatie in kaart gebracht. De resultaten vergeleken de onderzoekers met de ontwikkeling van gebieden achter ononderbroken voorduinen.

Uit het onderzoek blijkt dat door de kerven de zanddepositie in het achterliggende gebied weliswaar toeneemt, maar dat het niet om schrikbarend grote hoeveelheden gaat. De meeste depositie vindt bovendien in de eerste tientallen meters achter de kerf plaats. De grote kerf leidde wel tot aanzienlijk meer zanddepositie dan de kleine. In de verder landinwaarts gelegen gebieden, waar juist de grijze duinen liggen, was de depositie echter beperkt. Daar werd geen effect op de vegetatie waargenomen.

Er werd wel een verschil gezien in de korrelgroottesamenstelling achter de kerven in vergelijking met de referentiegebieden. Achter ononderbroken voorduinen leek de samenstelling van het gedeponeerde zand op die van het voorduin zelf. Achter de kerven nam de grofheid van het zand toe met de afstand. Dit kon worden verklaard met de manier waarop zand zich door de kerven verplaatst. Bij hoge windsnelheden ‘stuiteren’ de grote korreltjes als het ware verder van de kerf af.

 

Alternatieven

Het aanbrengen van de kerven draagt dus weinig bij aan het herstel van grijze duinen. Volgens de wetenschappers staat het effect van de kerven niet in verhouding tot de moeite die het kost om ze te maken. Wat nu? Nog grotere kerven zullen zorgen voor meer zandtransport, maar in een heel andere vorm, namelijk voornamelijk over de grond en niet via de lucht. Als je grote kerven zou onderhouden door ze elke paar jaar te verdiepen, zou dit volgens de onderzoekers waarschijnlijk wel leiden tot een uitbreiding van de witte duinen in het nabijere achterliggende gebied. Die zouden zich op de lange termijn tot grijze duinen kunnen ontwikkelen. Voor de bestaande, verder van de voorduinen af gelegen grijze duinen biedt dit echter geen soelaas. Een alternatieve methode is kansrijker. Dat is het toestaan van het bij storm afslaan van vegetatie aan de zeezijde van de voorduinen zodat deze als geheel meer gaan verstuiven. Dit wordt op diverse plekken in Nederland, daar waar het geen primaire kering betreft, reeds toegepast als onderdeel van dynamisch kustbeheer. Eventueel kan volgens de onderzoekers hierbij zelfs worden gekozen om actief de vegetatie op de voorduinen te verwijderen.

 

Bron

Riksen, M.J.P.M., D. Goossens, H.P.J. Huiskes, J. Krol, en P.A. Slim (2016). Constructing notches in foredunes: Effect on sediment dynamics in the dune hinterland. Geomorphology 253, p.340-352.

Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging