Een nieuwe cicade op het slijkgras

donderdag 26 januari 2017

Door Hans Revier


Sommige insectensoorten komen uitsluitend voor op een en dezelfde plant. Het in Nederland vanaf 1924 op kwelders aangeplante Engels slijkgras blijkt de waardplant te zijn voor een uit Amerika afkomstige spoorcicade. Deze kleine insectensoort is bezig met een snelle opmars langs de Noord-Europese kusten.

 

Slikpest

Het Engels slijkgras (Spartina anglica) ontstond begin  twintigste eeuw uit een kruising tussen het Amerikaans slijkgras (Spartina alterniflora) en het Europese klein slijkgras (Spartina maritima). Deze ‘nieuwe’ stevige pioniersoort van de lage kwelders en slikken bleek goed bestand tegen de werking van de golven en werd vooral in Zeeland massaal aangeplant om de aanslibbing van de kust te bevorderen. De zoutminnende plant deed het echter zo goed dat de oorspronkelijke vegetatie werd verdrongen en men de naam ‘slikpest’ introduceerde. Inmiddels komt de soort in alle slikkige getijdengebieden van Noordwest-Europa voor en beschouwt men het Engels slijkgras als een van de meest invasieve soorten van de wereld.

 

Cicaden

De insectengroep cicaden telt wereldwijd maar liefst 40.000 soorten (in Europa ruim 2000 soorten). Het is een hele diverse groep, variërend van de grote, luid tsjirpende soorten uit het mediterrane gebied tot de kleine spuugbeestjes, de schuimcicaden, waarvan de larven leven in op de planten afgezet eiwitschuim. Ze hebben allemaal gemeen dat ze van de sappen van planten leven. De spoorcicaden vormen een aparte groep die vooral op grasachtige planten leven. In Nederland komen een kleine zeventig soorten voor. Dit aantal breidt zich uit door o.a. introductie van soorten uit andere delen van de wereld. De slijkgrascicade komt van nature voor aan de oostkust van Noord-Amerika waar het kleine insect (2,5 tot 4,4 mm) leeft op de daar voorkomende slijkgrassoort Spartina alterniflora.

 

Snelle verspreiding

De eerste slijkgrascicade (Prokelisia marginata) vond men in Portugal, in 1994. In Nederland werd de soort voor het eerst in Zeeland, in 2010, gevonden. Daarna volgden waarnemingen in het Nederlandse en Duitse waddengebied (2015). Westerhever in Sleeswijk-Holstein is op dit moment de meest noordelijke vindplaats, maar biologen verwachten dat het insect ook binnen afzienbare tijd Denemarken bereikt. Hoe de soort de oversteek naar Europa wist te maken is echter niet bekend. Opmerkelijk is dat langs de westkust van Europa de cicade uitsluitend op het door kruisingen verkregen Engels slijkgras voorkomt.  

 

Langvleugeligen

De larven van deze cicade overwinteren in het strooisel tussen de bladeren van de waardplant, het slijkgras. De mannetjes vertonen baltsgedrag en maken een tsjirpend geluid om vrouwtjes te lokken. De volwassen dieren komen in twee vormen voor. De macropteren hebben lange vleugels waarmee ze goed kunnen vliegen en afstanden van meer dan 30 kilometer kunnen overbruggen. De brachyptere, kortvleugelige, dieren hebben minder ontwikkelde vleugels en beginnen eerder met de reproductie dan hun langvleugelige soortgenoten. Zo is er een evenwicht tussen de goede vliegers, die nieuwe gebieden kunnen koloniseren en de kortvleugelen die zich snel kunnen vermeerderen. Het percentage langvleugeligen in de populatie is een maat voor de migratiemogelijkheden en is in dynamische milieus, waar vaker overstromingen voorkomen, hoger. Populatiedichtheden van meer dan 20.000 exemplaren zijn in de Verenigde Staten al waargenomen.  

 

Biologische bestrijding

In Amerika heeft men met experimenten uitgevoerd met de biologische bestrijding van het daar voorkomende slijkgras met behulp van de slijkgrascicade. Bij grote dichtheden van het insect op de waardplanten lijkt dit succesvol te zijn. Of het voorkomen van de slijkgrascicade van invloed is op de groeikracht van het hier voorkomende Engels slijkgras is niet onderzocht. 

De geluiden van de mannetjes van de slijkgrascicade zijn te beluisteren via: http://www.insectdrummers.com/#Prokelisia

Illustraties

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting inclusief toelichting


 

 

Bronnen

 

C.F.M. den Bieman & R. van Klink, (2016). De slijkgrascicade Prokelisia marginata: een Amerikaanse spoorcicade in Nederland (Homoptera: Auchenorryncha: Delphacidae). Entomologische Berichten: 76(6): 218-225.

 

De Blauwe, H. (2011). De slijkgrascicade Prokelisia marginata (Hemiptera: Delphacidae), een exoot gebonden aan Engels slijkgras Spartina townsendii, verovert nu ook de Belgische kust. De Strandvlo, 31(3-4), 80-88. https://www.researchgate.net/profile/Hans_De_Blauwe/publication/281272929_

 

 De afbeeldingen komen van http://www.coastalwiki.org/wiki/Main_Page

 



Artikel WadWeten

Het wekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging